Betere communicatie
door de externe
accountant:
meer waarde ontsluiten voor
maatschappelijk verkeer en cliënt
Juli 2010

Betere communicatie door de externe accountant
2
De accountant1 houdt zich van oudsher bezig met het verschaffen van zekerheid (‘assurance’)
over historische financiële informatie en vooral de jaarrekening. Momenteel vindt een veelzijdig
maatschappelijk debat plaats over de rol van de accountant, zijn onafhankelijkheid en zijn
werkzaamheden. Welke mate van zekerheid kan de accountant verschaffen ten aanzien van de
jaarrekeningen die hij controleert? Verliest de jaarrekening aan betekenis in een tijd van steeds
snellere elektronische communicatie en wat betekent dit voor het werk van de accountant?
Kan de accountant ook in de toenemende vraag naar zekerheid over niet-financiële informatie
voorzien? Welke diensten kunnen accountantskantoren aan welke klanten leveren zonder dat
hun onafhankelijkheid bij het verschaffen van zekerheid gevaar loopt? Behoeft de wijze waarop
de cliënt momenteel zelf zijn accountant selecteert aanpassing?
Inleiding en samenvatting

3
Betere communicatie door de externe accountant
Een specifiek aspect van dit maatschappelijk
debat betreft de communicatie door de
accountant. In dit White Paper doet
Ernst & Young Nederland voorstellen hoe
de accountant beter kan communiceren
met het maatschappelijk verkeer en met
zijn cliënt. Door betere communicatie kan
de accountant waarde van zijn werkzaam­
heden ontsluiten, waarde die nu niet altijd
zichtbaar is en daardoor soms verloren
gaat. Daarom vragen zowel het maatschap­
pelijk verkeer als zijn cliënten de accountant
om meer van zijn bevindingen te delen.
Naar onze mening moeten accountants
binnen hun mogelijkheden aan die vraag
tegemoetkomen.
Onze voorstellen zijn het resultaat van
vele gesprekken over de toekomst van het
accountantsberoep die partners van
Ernst & Young Nederland de afgelopen
tijd hebben gevoerd met bestuurders,
commissarissen, beleggers en toezicht­
houders. Zo hebben wij bijvoorbeeld twee
rondetafel gesprekken gevoerd over
‘Accounting in de 21e eeuw’ met vertegen­
woordigers van deze belanghebbenden.
In de ronde tafelgesprekken en andere
contacten kwam de communicatie door de
accountant veelvuldig aan bod. Daarnaast
hebben wij geparticipeerd in relevante
programma’s van beroepsorganisatie NIVRA
zoals ‘Kennis Delen’ en ‘Meer dan euro’s
alleen’. Al deze discussies waren zeer
waardevol voor onze meningsvorming,
maar uiteraard geeft dit White Paper de
conclusies en gedachten van Ernst & Young
weer, niet noodzakelijker wijs die van onze
gesprekspartners.
Dit White Paper concentreert zich op com­
municatie door de accountant van informatie
over de onderneming; de communicatie van
de accountant over de wijze waarop hij zijn
eigen werkzaamheden uitvoert laten we
buiten beschouwing. Onze voorstellen zijn
bedoeld als bijdrage van Ernst & Young aan
het debat en daarom bewust niet tot in
detail uitgewerkt. Tegelijkertijd zijn onze
suggesties wel concreet genoeg om als
aanzet te dienen voor echte verandering.
Hoewel onze voorstellen geformuleerd zijn
met Nederlandse beursgenoteerde onder­
nemingen met een Raad van Commis­
sarissen (RvC) in gedachten, kunnen veel
elementen ook relevant zijn voor onder­
nemingen met een ‘one tier board’, voor niet­
beursgenoteerde bedrijven en voor ander­
soortige instellingen.
Na een analyse van de vraag waarom de
accountant relatief weinig informatie
verschaft, volgen suggesties voor
verbetering die geformuleerd zijn als een
‘drietrapsraket’. De eerste trap omvat de
niet­openbare communicatie van de
accountant met zijn cliënt en vooral met
de RvC en zijn audit comité. Deze commu­
nicatie vindt nu al regelmatig plaats, wordt
als waardevol gewaardeerd, maar is voor
verbetering vatbaar. Nieuwe aanbevelingen
en beroepsrichtlijnen kunnen de accountant
helpen zijn schroom ten opzichte van betere
communicatie te overwinnen.
De tweede trap betreft toetsing door de
accountant van de externe communicatie
door de RvC. Voorgesteld wordt om de RvC
meer inhoudelijk te laten communiceren
met het maatschappelijk verkeer over de
wijze waarop hij zijn toezicht uitoefent; de
accountant kan de informatie die de RvC
verschaft vervolgens toetsen aan zijn
bevindingen. In deze voorgestelde tweede
trap blijft de accountant opereren binnen de
bestaande perken van het accountantsvak:
1 Wanneer in dit White Paper gesproken wordt over ‘accountant’ wordt de externe accountant bedoeld die de
jaarrekening van een onderneming controleert.
Maatschappelijk debat over
rol accountant
Toenemende vraag
niet-financiële informatie

Betere communicatie door de externe accountant
4
de accountant informeert het maatschap­
pelijk verkeer niet direct, maar toetst de
informatieverschaffing door derden, zoals
hij nu bijvoorbeeld het door het bestuur
opgestelde jaarverslag van een onder­
neming toetst aan zijn bevindingen bij
het controleren van de jaarrekening.
De derde trap, tenslotte, behelst directe
communicatie van de accountant met het
maatschappelijk verkeer. Met deze directe,
openbare communicatie zou de accountant
een belangrijke grens overschrijden. In plaats
van de communicatie door derden (bestuur,
RvC) te toetsen, verschaft hij dan namelijk
zelf direct informatie over zijn cliënt aan de
buitenwereld. Hoewel beleggers en andere
stakeholders steeds vaker aandringen op
deze directe informatie verschaffing, heeft
de derde trap ingrijpende beroepsmatige
en juridische consequenties en kleven er
belangrijke risico’s aan het direct openbaar
communiceren door de accountant van infor­
matie over individuele cliënten. Wij achten
dit daarom niet raadzaam, maar toch willen
wij in dit White Paper enkele suggesties van
derden in dit debat noemen: een jaarlijkse
brief van de accountant aan aandeel houders
en een andere rol van de accountant in de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders
(AVA). Daarnaast omvat de derde trap
andere vormen van directe communicatie
door de accountant, namelijk communicatie
van geaggregeerde informatie per sector en
communicatie met toezichthouders.
Aan de eerste trap van de drietrapsraket
(betere communicatie met de cliënt) kan
de accountantsprofessie zelf invulling geven,
hierbij ondersteund door bijvoorbeeld zijn
beroepsorganisatie NIVRA. De tweede trap
vereist een debat met ondermeer bestuur­
ders, commissarissen en de Monitoring
Commissie Corporate Governance Code
aangaande de communicatieplicht van de
RvC en aangaande de toetsing van deze
communicatie door de accountant. Dit debat
zou zijn neerslag moeten vinden in nieuwe
regelgeving om de tweede trap daadwerkelijk
vorm te geven. De derde trap vereist een
fundamentele discussie van accountants en
alle belanghebbenden over de vraag of en
zo ja hoe de accountant direct kan communi­
ceren met het maatschappelijk verkeer over
zijn cliënt. Concrete stappen op het gebied
van trap drie zouden nieuwe regelgeving
vereisen.
Om niet­openbare communicatie van de
accountant met de cliënt (trap één) en
openbare communicatie van de accountant
met het maatschappelijk verkeer (trap drie)
te bevorderen c.q. desgewenst mogelijk te
maken, suggereren wij in ieder geval een
duidelijk onderscheid te maken tussen twee
soorten communicatie door de accountant.
Enerzijds het formele professionele oordeel
van de accountant waarin hij zekerheid
(‘assurance’) geeft, bijvoorbeeld aangaande
de getrouwheid van de financiële verslag­
geving door de onderneming: ‘het profes­
sionele oordeel van de accountant’.
Anderzijds uitingen van de accountant
waarin hij deze zekerheid niet verschaft:
‘de mening van een professional’. Dit ruimt
barrières uit de weg die nu de communicatie
door de accountant belemmeren.
Drietrapsraket
Professioneel oordeel versus
mening van een professional

5
Betere communicatie door de externe accountant
Zowel bij het maatschappelijk verkeer als bij de cliënt van de accountant
valt soms onvrede te bespeuren dat de accountant niet alle potentieel
relevante bevindingen die hij opdoet bij het controleren van de jaar-
rekening communiceert. Door deze terug houdend heid van de accountant
- mede ingegeven door wet- en regelgeving betreffende geheim houding –
wordt niet alle waarde van zijn controle van de jaarrekening benut.
Informatiebehoefte en verwachtingskloof
Waarde voor de onderneming, omdat rele­
vante informatie die kan bijdragen tot
verbetering van bestuur en bedrijfsvoering
niet wordt overgedragen. Waarde voor het
maatschappelijk verkeer, omdat relevante
informatie die kan bijdragen aan een betere
beoordeling van een onderneming niet
openbaar wordt gemaakt.
Bovendien versterkt deze sub­optimale
informatievoorziening de verwachtingskloof
die zich regelmatig voordoet tussen de
accountant en het maatschappelijk verkeer.
In 1926 definieerde Théodore Limperg –
wiens kantoor een van de voorlopers was
van Ernst & Young in Nederland – al de leer
van het gewekte vertrouwen. In Limperg’s

6
Betere communicatie door de externe accountant
leer heeft de accountant een dubbele
verplichting. Enerzijds moet hij zijn werk­
zaamheden zodanig verrichten, dat hij de
verwachtingen die hij bij het maatschappelijk
verkeer opwekt niet beschaamt. Anderzijds
moet hij ervoor zorgen dat hij bij datzelfde
maatschappelijk verkeer geen verwach­
tingen opwekt die niet gerechtvaardigd zijn
gezien de beperkingen in de reikwijdte van
zijn werkzaamheden. De accountant moet er
dus naar streven dat bij het maatschappelijk
verkeer geen verkeerde voorstellingen
ontstaan over de mate van zekerheid die
de accountant kan verschaffen.
In de praktijk blijkt het lastig een verwach­
tings kloof te voorkomen over de mate van
zekerheid die een accountant geeft en de
mate van zekerheid die het maatschappelijk
verkeer verwacht. Het is de taak van de
accountant om binnen zijn mogelijkheden
te helpen om deze kloof te dichten. Wat we
zeker moeten voorkomen is dat deze kloof
nog breder wordt omdat er ook een verschil
bestaat tussen wat de accountant wil, kan en
mag communiceren en wat het maatschap­
pelijk verkeer aan communicatie van de
accountant verwacht. Dit betekent dat de
accountant enerzijds duidelijk de grenzen
moet aangeven die hij bij zijn communicatie
met het maatschappelijk verkeer niet mag
overschrijden, bijvoorbeeld vanwege zijn
geheimhoudingsplicht in zijn relatie met zijn
cliënt. Anderzijds kan meer en betere
communicatie door de accountant binnen
die grenzen ook bijdragen tot het dichten
van de verwachtingskloof.
Voor accountants zelf is betere communicatie
echter een lastig punt. Enerzijds zouden ze
graag meer informatie verschaffen dan ze
nu doen, omdat ze daardoor meer inherente
waarde van hun werkzaamheden kunnen
ontsluiten. Anderzijds zijn er redenen
waarom de accountant terughoudend is
over zijn werk en bevindingen, een terug­
houdendheid die bij veel accountants haast
een tweede natuur geworden is.
Informatie door de accountant:
de status quo
De accountant heeft een dubbele verant­
woordelijkheid voor informatieverschaffing:
naar het maatschappelijk verkeer en naar
zijn cliënt. Gedurende zijn controle van de
jaarrekening communiceert de accountant
met bestuurders (met name de CFO) en
met de RvC ( met name het audit comité).
Dit doet hij ondermeer via het verplichte
accountantsverslag, waarin de accountant
zijn formele verklaring over de jaarrekening
toelicht, en via “management letters”,
waarin de accountant bijvoorbeeld verbeter­
punten aangaande interne controle of
administratie onder de aandacht van het
management brengt. Met het maat schap­
pelijk verkeer communiceert de accountant
via zijn formele verklaring bij de jaar rekening
en via zijn aanwezigheid op de algemene
aandeelhoudersvergadering, waar hij
bevraagd kan worden over zijn controle­
werkzaamheden en over zijn verklaring
bij de jaarrekening.
Deze bestaande communicatie is belangrijk.
Achter de schermen heeft de accountant via
zijn communicatie met de onder nemings top
vaak positieve invloed op kwaliteit van de
financiële verslaggeving . Voor het maat­
schappelijk verkeer is de accountants­
verklaring essentieel. Dit belang blijkt over­
duidelijk wanneer de accountant geen goed­
keurende verklaring bij de jaarrekening
afgeeft.
Binnen en buiten de onderneming weegt de
mening van de accountant zwaar. De eerste
verantwoordelijkheid van de accountant is
naar het maatschappelijk verkeer. Juist
daarom behoort de accountant zeer voor­
zichtig met het publiekelijk uiten van zijn
mening om te gaan en zich aan de regels
te houden die daarvoor zijn vastgelegd.
Het maatschappelijk verkeer heeft immers
geen belang bij accountants die misver­
standen oproepen of verkeerde indrukken
wekken door het openbaar maken van
onvoldoende onderbouwde meningen.
Bovendien moet de accountant rekening
houden met de onvermijdelijke spanning
die bestaat tussen de communicatiewensen
van de onderneming en die van het maat­
schappelijk verkeer. De ondernemingstop
zal graag willen dat de accountant meer
informatie en meningen verschaft aan
management en bestuur zelf. De onder­
neming wil echter niet dat de accountant
diezelfde informatie en meningen deelt
met het maatschappelijk verkeer in verband
met mogelijke concurrentiegevoeligheid,
aansprakelijkheidsrisico’s voor onderneming
of bestuurders, dan wel reputatie issues.
De accountant zelf neigt ook naar terug­
houdendheid in communicatie met het
maatschappelijk verkeer. Hij heeft de plicht
om de informatie die hij bij het uitvoeren
van zijn werkzaamheden verkrijgt vertrou­
welijk te behandelen. Bovendien verhoogt
het verschaffen van informatie en meningen
boven zijn wettelijke verplichting de kans
dat derden gebruik maken van deze infor­
matie op een wijze die niet strookt met het
algemeen belang noch het belang van de
onderneming. Tenslotte groeit met het
verschaffen van meer informatie ook het
aansprakelijkheidsrisico van de accountant
zelf. Het vrijwillig openbaar maken van extra
informatie, zonder dat eenduidig vaststaat
wat de reikwijdte en betekenis is van deze
informatie, kan leiden tot procedures door
Andere wensen onderneming
en maatschappelijk verkeer
De verwachtingskloof
overbruggen

7
Betere communicatie door de externe accountant
de onderneming of belanghebbenden zoals
aandeelhouders.
Hoewel bij zowel de accountant als bij het
maatschappelijk verkeer de wens tot betere
benutting van de kennis van de accountant
bestaat, zijn er dus duidelijke redenen die
deze openbare communicatie belemmeren.
De accountant beperkt zich daarom tot zijn
klassieke rol: het toetsen aan duidelijke,
strikte criteria van informatie die derden –
met name bestuurders – aan het maat schap­
pelijk verkeer verschaffen, zonder zelf direct
te communiceren met de buitenwereld over
zijn concrete bevindingen.
Bij de communicatie van de accountant met
de onderneming zelf ligt de zaak anders.
Gezien het niet­openbare karakter van deze
communicatie heeft de accountant hierin
meer speelruimte. Ook in deze commu­
nicatie neemt de accountant echter de
nodige voorzichtigheid in acht. Hij is gewend
om te communiceren binnen de strikte
kaders van zijn vakgebied: het controleren
van financiële verantwoordingen op basis
van daarvoor algemeen geldende stan­
daarden. Hij voelt zich minder gerust om
zich over andere onderwerpen uit te
spreken, zeker niet wanneer zijn mening
over onderwerpen die buiten de controle
van de jaarrekening vallen de werkrelatie
met de cliënt kunnen verstoren. Een goede
relatie met de cliënt bevordert immers de
effectiviteit van de werkzaamheden van de
accountant. Bovendien is ook de informele
communicatie van de accountant met zijn
cliënt niet geheel vrijblijvend. De accountant
is namelijk verplicht verslagen te maken van
de essentie van alle relevante mondelinge
en schriftelijke communicatie met de cliënt.
Daarnaast kunnen uitlatingen door de
accountant ten overstaan van vertegen­
woordigers van de onderneming door deze
vertegenwoordigers worden doorgegeven
aan derden die er niet vertrouwelijk mee
omgaan.
Kortom, het is voor de accountant vaak
veiliger om minder te zeggen dan meer,
zeker in een tijd waarin het aansprake­
lijkheidsrisico ontegenzeglijk is gegroeid.
Het resultaat: de waarde van de accountants­
controle wordt niet optimaal ontsloten.
Naar betere communicatie
en ontsluiting van waarde:
de drietrapsraket
Om ondanks de tegenkrachten toch betere
communicatie van de accountant en waarde­
ontsluiting op gang te brengen, doen wij op
drie fronten suggesties. In de eerste plaats
kijken we hoe de accountant beter kan
communiceren met de onderneming. In de
tweede plaats onderzoeken we hoe de
accountant een belangrijke indirecte rol
kan spelen bij de communicatie van de
onderneming en vooral van de RvC met het
maatschappelijk verkeer. In de derde plaats
noemen we voorstellen van derden m.b.t.
communicatie van de accountant met het
maatschappelijk verkeer. Tezamen vormen
deze voorstellen een drietrapsraket van
betere benutting van de bij de accountant
aanwezige kennis.
Veilig om minder te zeggen

8
Betere communicatie door de externe accountant
Bij de uitvoering van zijn werkzaamheden praat de accountant met
veel vertegenwoordigers van de onderneming: met de CFO en de CEO,
de controllers en interne accountants, maar ook met de RvC en vooral
het audit comité van die RvC. In deze contacten staat de controle van
de jaarrekening centraal, maar ook andere onderwerpen komen ter
sprake. Uit de vele gesprekken die wij regelmatig voeren met zowel
bestuurders als commissarissen blijkt steeds weer dat beide groepen
de bestaande informatieverschaffing door de accountant zeker
waarderen, maar graag zouden zien dat de accountant nog een extra
communicatie-inspanning doet.
De eerste trap: frequentere en bredere
communicatie met de RvC

9
Betere communicatie door de externe accountant
Binnen de top van de onderneming leeft
vooral de behoefte dat de accountant zijn
communicatie over kernthema’s aanvult
met bredere communicatie. Kernthema’s
hebben rechtstreeks betrekking op zijn
opdracht om zekerheid te verschaffen over
financiële cijfers. Bij zijn werkzaamheden
voor de controle van de jaarrekening krijgt
de accountant echter veel relevante zaken
te horen en te zien die niet direct in verband
staan met zijn opdracht om de financiële
verslaggeving te toetsen. Die kennis van
de accountant – en zijn daarop gebaseerde
inzichten – kunnen waardevol zijn voor de
top van de onderneming. Wat vindt de
accountant van de kwaliteit van het risico­
management? Hoe kijkt hij aan tegen de
praktijk van de corporate governance?
Wat is zijn oordeel over de integriteits­
cultuur? Wat vindt hij van het functioneren
van de afdelingen waarmee hij samenwerkt:
internal audit, compliance, treasury, legal,
automatisering,...? Hoe kijkt de accountant
aan tegen de accounting policies van de
onderneming: welke belangrijke veronder­
stellingen zijn er gehanteerd bij de waarde­
ringen? Hoeveel invloed heeft de keuze voor
bepaalde accounting policies op bijvoorbeeld
de gerapporteerde winstcijfers?
Waardevolle kennis voor top van onderneming

10
Betere communicatie door de externe accountant
De accountant kan waardevolle informatie
en meningen geven over deze onderwerpen.
De accountant zal dit echter beter kunnen
doen als hij weet dat er geen misverstanden
bestaan met betrekking tot het gewicht van
zijn informatie en meningen aangaande
deze ‘zachte’ onderwerpen – ‘zacht’ in de
zin dat ze zijn kerntaak van het toetsen van
financiële rekeningen aan bestaande stan­
daarden te buiten gaan. Een accountant kan
en wil over deze zachte onderwerpen niet
dezelfde mate van zekerheid verschaffen
die hij over een beperkt aantal onderwerpen
wel verschaft in zijn accountantsverklaring.
Het is in dit verband zinvol een onderscheid
te maken tussen ‘een professioneel oordeel’
en ‘de mening van een professional’.2
In prin cipe zal een professioneel oordeel
van de ene accountant over de kwaliteit van
een jaarrekening niet of nauwelijks afwijken
van het professioneel oordeel van de andere
accountant. In allerlei wetten, richtlijnen en
standaarden is immers vastgelegd hoe de
accountant bij de beoordeling van de jaar­
rekening en het jaarverslag te werk moet
gaan. Het oordeel van de accountant in zijn
werkzaamheden bij het verstrekken van
zekerheid (‘assurance’) voldoet daarom
aan strikte, formele eisen.
De mening van twee accountants over
zachte onderwerpen kan echter bij gebrek
aan objectieve criteria verschillen, zelfs als
beide accountants degelijk geïnformeerd
zijn en hun gezichtspunt goed kunnen
onderbouwen. Zij spreken dan namelijk
geen ‘professioneel oordeel’ uit, maar een
‘mening van een professional’. Overwogen
en waardevol, maar voor interpretatie en
repliek vatbaar en dus –zeker in juridische
zin­ ‘kwetsbaar’.
Het verdient aanbeveling dat beroeps orga­
nisaties van accountants dit onderscheid
tussen enerzijds het formele oordeel van
de accountant bij het verschaffen van
zekerheid (‘assurance’) en anderzijds de
overige uitingen van de accountant beter
vastleggen. Het moet direct duidelijk zijn
of de accountant met een professioneel
oordeel bepaalde zekerheid geeft, of dat hij
‘slechts’ de mening van een professional uit.
Op deze wijze kan worden voorkomen dat
een nieuwe verwachtingskloof ontstaat,
namelijk die tussen de accountant en zijn
cliënt over de zekerheid die de accountant
kan verschaffen over zachte onderwerpen.
Indien er geen misverstanden kunnen
bestaan over dit onderscheid, kan de
accountant vrijer communiceren en mag
een onderneming ook verwachten dat hij
meer informatie en meningen over zachte
onderwerpen geeft. Dit vereist een gedrags­
verandering binnen het accountantsberoep,
die actief bevorderd moet worden. De accoun­
tant is immers gewend geraakt om voor­
zichtig te communiceren; daardoor verschaft
hij soms minder informatie dan mogelijk en
gewenst. Een richtsnoer van beroeps orga­
nisatie NIVRA, bijvoorbeeld via een ‘praktijk
handreiking’ over communicatie van de
accountant met de onderneming, kan in deze
wellicht goede diensten bewijzen. Er valt
ook te denken aan scholingscursussen
‘Communicatie’ door beroepsorganisaties
of accountantskantoren zelf. Verder kunnen
een individuele onderneming en zijn accoun­
tant ook afspraken maken over onderlinge
communicatie in de opdrachtbrieven.
Overigens is ook een ondernemingstop
die zich niet afsluit voor de mening van de
accountant uiteraard een voorwaarde voor
betere communicatie. Het is voor de accoun­
tant niet makkelijk om over zachte onder­
werpen te communiceren met een partij
die niet open staat voor informatie.
Tot wie moet de accountant zich binnen de
onderneming wenden wanneer hij meer wil
communiceren? Tot nu toe is in dit White
Paper slechts gesproken over communicatie
van de accountant met ‘de’ onderneming of
ondernemingstop. Naar onze mening moet
de nieuwe communicatie­inspanning van de
accountant zich vooral ook richten op de
RvC en het audit comité.
De accountant praat zoals eerder gezegd
met diverse vertegenwoordigers van de
ondernemingstop: met de CFO, met de CEO,
met het audit comité van de RvC en met de
voltallige RvC. In de praktijk spreekt hij het
meest met de CFO en met managers die
aan de CFO rapporteren, minder met het
audit comité, laat staan de voltallige RvC.
Dit is logisch. Bestuur en management zijn
immmers de eerst aangewezen gespreks­
partners van de accountant in zijn talrijke
contacten omtrent praktische, operationele
zaken die verband houden met de controle
van de jaarrekening. Bestuur en management
behoren daarom het eerste aanspreekpunt
2 Bij het maken van dit onderscheid hebben wij ons laten inspireren door het proefschrift van Hans Verkruijsse, part time hoogleraar accounting en partner bij Ernst & Young,
“Beoordeling van processen: professional judgment of judgment van een professional”.(2005)
Duidelijke status ‘zachte’
informatie
Extra informatie verbetert
toezicht RvC
Gedragsverandering bij
accountants

11
Betere communicatie door de externe accountant
te blijven, waarbij het wellicht raadzaam zou
zijn dat de accountant wat vaker dan nu op
het hoogste niveau (met CEO en CFO)
kan communiceren over zijn bevindingen,
ook over ‘zachte’ informatie.
Daarnaast moet de accountant echter een
extra inspanning doen richting RvC en met
name zijn audit comité. De RvC is immers
een logisch aanspreekpunt voor de accoun­
tant. Beiden vervullen een toezicht houdende
functie. De extra informatie die de accountant
aan de RvC verstrekt, kan de RvC helpen
zelf haar toezichthoudende taak beter uit
te voeren. Het helpt de RvC om haar
onver mijdelijke informatieachterstand ten
opzichte van het bestuur te verkleinen. In de
praktijk maakt de RvC vaak onvoldoende
gebruik van de mogelijkheden die zij heeft
om deze achterstand te beperken.
Momenteel draagt de accountant vaak
indirect bij aan deze informatieachterstand.
Lang niet alles van wat hij met bestuurders
of managers bespreekt, komt uiteindelijk
ook bij de RvC en het audit comité terecht.
Dat is uiteraard tot op zekere hoogte onver­
mijdelijk en wenselijk – goed informeren van
de RvC is niet hetzelfde als de RvC over­
voeren met details. Tegelijkertijd is het
echter wel een reden om juist de RvC in de
nieuwe communicatie­inspanning gericht
van meer informatie te voorzien, zodat de
RvC haar toezichthoudende taak beter kan
uitvoeren.
Zo’n communicatie­inspanning door de
accountant helpt commissarissen goed
aan hun eigen verplichtingen te voldoen.
De Nederlandse Corporate Governance
Code draagt de RvC immers op om van de
kennis van de accountant optimaal gebruik
te maken, gezien best practice bepaling
III.1.9: ‘De raad van commissarissen en de
commissarissen afzonderlijk hebben een
eigen verantwoordelijkheid van het bestuur
en van de externe accountant alle infor­
matie te verlangen die de raad van commis­
sarissen behoeft om zijn taak als toezicht­
houdend orgaan goed te kunnen uitoefenen’.
Open en regelmatige communicatie tussen
accountant en RvC doet het vertrouwen
tussen RvC en accountant groeien. Dat maakt
het ook makkelijker voor de accountant
om zich, indien noodzakelijk, met zeer
gevoelige informatie tot de RvC te wenden.
De accountant heeft bijvoorbeeld de formele
verplichting om in actie te komen wanneer
hij aanwijzingen heeft dat zich binnen de
onderneming op hoog niveau onoorbare
praktijken voordoen. In zulke gevallen is een
goede werkrelatie met de RvC erg belangrijk.
De internationale controlestandaard ‘clarified’
ISA 260 die dit jaar van kracht wordt geeft
de nodige aanwijzingen over de wijze waarop
en de onderwerpen waarover accountant en
RvC met elkaar behoren te communiceren.
Waar de RvC uit zijn midden een audit comité
heeft ingesteld, loopt de meeste communi­
catie van de accountant met de RvC
begrijpelijkerwijs via dit audit comité.
De Amerikaanse Public Company Accounting
Oversight Board (PCAOB) heeft onlangs
een voorstel voor een nieuwe standaard
over de communicatie van audit comité en
accountant geformuleerd met een vergelijk­
bare strekking als ISA 260.3 Daarbij gaat
het om praktische gespreksonderwerpen
betref fende de organisatie van de audit zelf
(timing, inzet van derden, de reikwijdte van
de opdracht), maar ook om inhoudelijke
kwesties als de kwaliteit van de accounting
policies; risico’s van fraude of fouten in de
financiële rapportage; de onderbouwing van
belangrijke schattingen; mogelijke wrijvingen
van de accountant met bestuur of manage­
ment. Het verdient zeker aanbeveling dat
zowel de RvC en zijn audit comité als de
accountant bij hun onderlinge communicatie
naar de geest van ISA 260 en de ontwerp­
standaard van de PCAOB handelen.
Wanneer de RvC – met name via zijn audit
comité – meer informatie van de accountant
krijgt, heeft de RvC zelf ook een betere
basis om te communiceren met het maat­
schappelijk verkeer. De accountant kan er
vervolgens op toezien dat de RvC zich van
deze taak van informatieverschaffing aan
het maatschappelijk verkeer kwijt. Dit brengt
ons op de tweede trap van de drietrapsraket.
3 PCAOB, ‘Proposed Auditing Standard related to communications with audit committees’, PCAOB Release 2010­001, March 29 2010.
Groeiend vertrouwen
accountant en RvC

12
Betere communicatie door de externe accountant
Het maatschappelijk verkeer verwacht dat de accountant meer van zijn
bevindingen openbaar maakt. Deze derde trap van onze drietrapsraket
komt nog ter sprake. Het maatschappelijk verkeer verwacht echter ook
dat de RvC meer informatie verschaft aan de buitenwereld. Moet de RvB
verslag doen over de bedrijfsvoering en resultaten van de onderneming,
van de RvC wordt gevraagd om meer te communiceren over zijn eigen
toezichthoudende werkzaamheden. Hoewel de informatieverschaffing
door de RvC de afgelopen jaren is verbeterd, wordt in brede kring de
rapportage van de RvC in het jaarverslag nog als ontoereikend ervaren.4
Hier kan een taak liggen voor de accountant. De accountant draagt bij aan
de kwaliteit van de informatie die het bestuur levert door de betrouw-
baarheid en juistheid te toetsen. Indien de informatieplicht van de RvC,
zoals wij voorstellen, wordt uitgebreid, kan de accountant een vergelijk bare
toetsende rol spelen met betrekking tot de informatie die de RvC verschaft.
De tweede trap: de RvC communiceert
meer en de accountant controleert of
de RvC zijn nieuwe verplichting nakomt

13
Betere communicatie door de externe accountant
Het bestuur is verantwoordelijk voor de
jaarrekening en het jaarverslag, maar de
accountant onderzoekt of de jaarrekening
een getrouw beeld geeft van de financiële
situatie van de onderneming en of er –
voor zover hij dit kan weten door zijn
controle van de jaarrekening – geen tegen­
strijdig heden bestaan tussen jaarrekening
en jaarverslag. De accountant geeft dit
oordeel weer in zijn accountantsverklaring.
Het bestuur van een onderneming streeft
normaliter naar een goedkeurende
verklaring zonder toelichting; dit streven
geeft de accountant de mogelijkheid om te
zorgen dat de jaarrekening en jaarverslag
voldoen aan de normen.
Dit beproefde model geeft bestuur en
accountant dus ieder zijn eigen verant­
woordelijkheid en biedt tegelijkertijd de
mogelijkheid aan de accountant om invloed
uit te oefenen. Een soortgelijke constructie
is ook denkbaar met betrekking tot de
informatieverschaffing aan de buitenwereld
4 Zie bijvoorbeeld de brief van de VEB aan de Monitoring Commissie Corporate Governance d.d. 18 september 2008,
p.7­8 en de jury van de Sijthoff Prijs voor het beste jaarverslag over de rapportage door commissarissen in de
jaarverslagen van 2007 en 2008.

14
Betere communicatie door de externe accountant
door de RvC. Net zoals het bestuur geacht
wordt om in de jaarrekening en het
jaarverslag bepaalde informatie openbaar
te maken, zo kan ook de RvC de taak krijgen
om relevante informatie te verschaffen over
de uitvoering van met name haar toezicht­
houdende taak. De accountant kan toetsen
of deze informatie niet strijdig is met zijn
eigen bevindingen.
De accountant biedt hierbij een zekere waar­
borg voor de juistheid van de rapportage
van de RvC over zijn toezichthoudende
werk zaamheden. Om deze constructie in
de praktijk te brengen, moeten twee vragen
beantwoord worden. Hoe wordt gedefinieerd
waarover de RvC moet rapporteren? Hoe ver­
vult de accountant zijn controlerende functie?
De Nederlandse Corporate Governance Code
geeft enige aanwijzingen over rapportage
door de RvC in het jaarverslag, maar daarbij
gaat het vooral om formele informatie: wat
is de samenstelling van de RvC en zijn
profielschets; zijn commissarissen onaf­
hankelijk in de zin van de Code; hoe vaak
heeft de RvC gedurende het boekjaar
vergaderd; over welke onderwerpen is
gesproken door de RvC en haar comités;
heeft de RvC zijn zelf­evaluatie uitgevoerd?
In nieuwe regelgeving zou kunnen worden
vastgelegd over welke aanvullende onder­
werpen met betrekking tot zijn toezicht de
RvC inhoudelijk moet rapporteren, d.w.z.
niet over de randvoorwaarden en het proces
van haar bijeenkomsten, maar over de
argumenten en uitkomsten. De Corporate
Governance Code biedt daarvoor zelf een
goed startpunt. Best Practice bepaling
III.1.6 definieert op welke gebieden de RvC
onder andere toezicht moet houden op het
bestuur: de realisatie van de doelstellingen
van de vennootschap; de strategie en risico’s
verbonden aan de ondernemings activiteiten;
de opzet en werking van de interne risico­
beheersings­ en controlesystemen; het finan­
ciële verslaggevingsproces; de naleving van
wet­ en regelgeving; de verhouding met
aandeelhouders; en de voor de onder­
neming relevante maatschappelijke aspecten
van ondernemen.
Het valt te overwegen om de RvC te vragen
inhoudelijk te rapporteren in zijn eigen
verslag hoe hij ten aanzien van deze
onderwerpen zijn toezichthoudende taak
heeft uitgevoerd. Desgewenst kunnen de
verslaggevings vereisten ten aanzien van
deze onderwerpen uit de Code verder
geconcretiseerd worden om te garanderen
dat de rapportage infor matie bevat die
waardevol is voor het maatschappelijk
verkeer. Deze nieuwe rapportagetaak van
de RvC zou kunnen worden vastgelegd in
de Code zelf of in andere regelgeving.
Voor wat betreft de controle door de
accountant of de RvC zijn informatieplicht
nakomt, kan de accountant dicht bij het
model van zijn controle op jaarrekening en
jaarverslag blijven. Hij kan een relatief
beperkte verklaring afgeven of de infor matie
die de RvC verschaft strijdig is met zijn
bevindingen opgedaan bij het controleren
van de jaarrekening. Wanneer er volgens
de accountant sprake is van een dergelijke
strijdigheid, kan de accountant zich beperken
tot het aangeven van de punten waarop het
verslag van de RvC volgens hem strijdig is
met zijn bevindingen, zonder verder in
details te treden. Verwacht mag worden
dat dit een forse stok achter de deur is:
net zoals het bestuur niet graag ziet dat de
accountant de jaarrekening niet goedkeurt,
zo zal de RvC niet graag zien dat de accoun­
tant verklaart dat het verslag van de RvC
op bepaalde punten onjuist is. Het is ook
mogelijk dat de accountant de specifieke
taak krijgt om de getrouwheid van het
verslag van de RvC te onderzoeken.
Deze laatste optie zou een hogere mate
van zekerheid met zich meebrengen, waar
hogere kosten tegenover zouden staan.
Bij de invulling van trap twee zou uiteraard
zoveel mogelijk vermeden moeten worden
dat een verwachtingskloof ontstaat tussen
de opvatting van de accountant en de
opvatting van het maatschappelijk verkeer
over de reikwijdte van de toetsing van het
verslag van de RvC. Een duidelijke invulling
moet juist bijdragen aan het wegnemen van
de onduidelijkheid die momenteel bestaat
over de toetsing van het huidige verslag
van de RvC door de accountant.
RvC informeert,
accountant toetst
Corporate Governance Code
goed startpunt
Meer duidelijkheid over verant-
woordelijkheid accountant t.a.v.
verslag RvC

15
Betere communicatie door de externe accountant
De belangrijkste vorm van communicatie van de accountant met het
maatschappelijk verkeer is indirect. De inhoud van een goedkeurende
accountantsverklaring bij een jaarrekening – de directe communicatie
door de accountant – is meestal standaard en daardoor weinig informatief.
De gemiddelde gebruiker van het jaarverslag kijkt daarom vaak alleen of
die verklaring aanwezig is, zonder die echt te lezen. Achter de schermen
verricht de accountant echter veel werkzaamheden die de opstelling van
de jaarrekening beïnvloeden en deze jaarrekening in overeenstemming
brengen met de toepasbare standaarden. Aangezien de jaarrekening
een essentiële vorm van communicatie door de onderneming is, is deze
indirecte communicatie van de accountant met het maatschappelijk
verkeer erg relevant, ook al zijn deze inspanningen van de accountant
niet direct zichtbaar.
De derde trap: meer directe communicatie van
de accountant met het maatschappelijk verkeer

16
Betere communicatie door de externe accountant
In een tijd dat open communicatie en tran­
sparantie steeds nadrukkelijker als een maat­
schappelijk goed worden gezien, neemt de
druk op accountants toe om ook direct met
het maatschappelijk verkeer te communi­
ceren. Nu beperkt deze directe communicatie
zich tot zijn verklaring bij de jaarrekening
en tot zijn aanwezigheid op de algemene
aandeelhoudersvergadering van een onder­
neming, waar hij bevraagd kan worden.
Diverse wetten en beroepsstandaarden5
perken nauwkeurig af op welke wijze de
accountant behoort te communiceren in
zijn verklaring met betrekking tot de jaar­
rekening. Vandaar het gestandaardiseerde
karakter van de gemiddelde accountants­
verklaring bij de jaarrekening. Deze stan­
daard formules hadden en hebben ten doel
om de vergelijkbaarheid van de accountants­
verklaringen te bevorderen, maar hebben
ook het gevolg dat de gemiddelde accoun­
tantsverklaring geen specifieke bewoordingen
bevat die toegesneden zijn op de betreffende
onderneming. De verklaring heeft daarom
een relatief gering informatief karakter
aangaande de concrete individuele
omstandigheden van de onderneming.
De informatieve waarde van de accountants­
verklaring zou kunnen worden verhoogd
wanneer de accountant meer gebruik zou
maken van de mogelijkheid om in de zoge­
naamde toelichtende paragraaf de aandacht
te vestigen op relevante punten die belangrijk
zijn voor een goede interpretatie van de
jaarrekening (zie ook noot 6 voor de discussie
over de accountantsverklaring).
Zoals eerder aangegeven zijn er voor de
accountant goede redenen om niet meer
informatie aan het maatschappelijk verkeer
te verstrekken dan waartoe het normen kader
hem dwingt dan wel aanzet. Bovendien, zoals
ook aangegeven, is de kerntaak van de
accountant het toetsen aan objectieve stan­
daarden van openbare informatie die derden
leveren: de financiële verslaggeving door het
bestuur van een onderneming. Wanneer de
accountant zelf een subjectieve mening over
de situatie bij een cliënt naar buiten brengt,
overschrijdt hij een funda mentele grens.
Het is daarom niet raadzaam om de
accountant direct in het openbaar te laten
communiceren over een individuele cliënt;
het is wel raadzaam om zoveel mogelijk via
communicatie door de RvB en de RvC aan
de informatiebehoefte van het maat schap­
pelijk verkeer te voldoen en de accountant
zijn rol als toetser van deze informatie te
laten vervullen. In trap twee hebben wij
voorstellen gedaan om binnen deze context
de informatieverschaffing door de RvC meer
inhoud te geven. Desalniettemin erkennen
accountants de behoefte van het maat­
schappelijk verkeer aan meer commu nicatie
en kan noch wil hij die behoefte negeren.
Alvorens enige suggesties van derden met
betrekking tot directe commu nicatie van de
accountant met het maat schappelijk verkeer
aan de orde te stellen, zijn enige inleidende
opmerkingen op zijn plaats.
Aangezien deze directe communicatie met
de buitenwereld een fundamenteel andere
invulling zou geven aan de rol van de
accountant, zou een wijziging van het
normenkader waarbinnen de accountant
werkt de meest aangewezen, zoniet de
enige weg zijn voor het bereiken van het
doel. Accountants zullen niet en masse uit
zichzelf overgaan tot meer directe commu­
nicatie met het maatschappelijk verkeer
gezien de reeds omschreven tegenkrachten.
Een wijziging van het normenkader, dat
uiteindelijk internationaal zijn beslag zou
moeten krijgen, kan alleen het resultaat zijn
van een intensief maatschappelijk debat
over de rol van de accountant.
Verder zou het belangrijk zijn om ook in deze
derde trap het eerder genoemde, scherpe
5 Met name bepalingen in het Burgerlijk Wetboek (Wet Toezicht Accountants en Besluit Toezicht accountants), de International Standards on Auditing (ISA),
praktijkhandreikingen van het NIVRA en aanwijzingen van de AFM.
6 Aangezien wij ons in deze White Paper vooral richten op meer en betere communicatie van de accountant met cliënten en het maatschappelijk verkeer ten aanzien van zachte
onderwerpen, buiten het bestek van de formele accountantsverklaring, gaan we niet expliciet in op de discussie hoe de formele accountantsverklaring zelf een begrijpelijker en
informatiever karakter kan krijgen voor het maatschappelijk verkeer. Ook inhoud en vorm van deze formele verklaring zijn onderwerp van levendig debat. Controlestandaard ISA
706 bespreekt bijvoorbeeld de mogelijkheid van de accountant om in speciale paragrafen van zijn verklaring de aandacht te vestigen op een volgens hem zeer relevante passage
in de jaarrekening of het jaarverslag, dan wel om zelf over een relevante aangelegenheid te communiceren. Het gaat hierbij echter om aangelegenheden die een directe invloed
hebben op het goede begrip van de jaarrekening bij de gebruiker – een lopende rechtzaak, een calamiteit met verstrekkende gevolgen, vroege toepassing van een nieuwe verslag­
gevingsstandaard... – en niet zozeer over zachte informatie. Het ‘Auditor Communications Consultation Report’ uit september 2009 van de International Organization of Securities
Commissions (IOSCO), alsmede het bijbehorende overzicht uit februari 2010 van de naar het IOSCO opgestuurde Comment Letters, geven een interessant overzicht van de
internationale discussie over de inhoud van de accountantsverklaring. In de IOSCO documentatie komt ook ter sprake hoe de accountant beter kan communiceren over de wijze
waarop hij zijn eigen werkzaamheden uitvoert.
Toelichtende paragraaf
verklaring: duiden van relevante
informatie
Directe communicatie
accountant zou fundamentele
wijziging zijn

17
Betere communicatie door de externe accountant
onderscheid aan te houden tussen de formele
zekerheid (assurance) die de accountant
verschaft aan het maatschappelijk verkeer
in zijn accountantsverklaring bij de jaar­
rekening (het professionele oordeel) en
overige vormen van communicatie
(de mening van een professional). Deze
overige vormen van communicatie zouden
daarom het beste buiten deze accountants­
verklaring kunnen plaatsvinden.6
Tenslotte: als gekozen zou worden voor
directe communicatie van de accountant
met het maatschappelijk verkeer, zou het
aanbeveling verdienen om voor deze directe
communicatie van de accountant een
‘safe harbour’ bepaling in te voeren. Dat wil
zeggen: tenzij er manifest sprake is van
grove nalatigheid kan de accountant niet
aangesproken worden op zijn ‘mening van
een professional’ die hij deelt met de buiten­
wereld. Dat wil zeggen, hij zou in principe
gevrijwaard moeten zijn van vervolging voor
informatie die verder gaat dan zijn formele
verklaring waarin hij zekerheid (‘assurance’)
verschaft bij de jaarrekening. In plastische
termen gesteld: als de accountant zijn nek
verder uitsteekt, mag zijn hoofd slechts bij
manifest verwijtbaar gedrag op het blok
worden gelegd.
Een eerste soms genoemde mogelijkheid
van betere commu nicatie van de accountant
met het maat schappelijk verkeer is om de
accountant een brief aan de
aandeelhoudersvergadering te laten sturen
met informatie over zijn bevindingen bij de
controle van de jaar rekening. Zoals hij nu
bestuur en commis sarissen al informeert
via ‘management letters’ , zo zou hij ook de
aandeelhouders kunnen informeren met
een speciaal aan hen gerichte brief. In zo’n
brief zouden bijvoorbeeld accounting
policies, corporate governance en
risicomanagement aan de orde kunnen
komen. Momenteel heeft de accountant wel
enige formele toetsings verplichtingen ten
aanzien van de informatie in het jaarverslag
over corporate governance en interne
risicobeheersing­ en controle systemen,
maar hij hoeft geen uitspraken te doen over
de kwaliteit van de corporate governance
als zodanig of over het geheel van
risicobeheersing­ en controlesystemen, niet
aan de ondernemersleiding en zeker niet
aan het maatschappelijk verkeer. Wanneer
een accountant meent dat er
tekortkomingen zijn in het risicobeheersings­
en controlesysteem, wordt hij geacht dit te
melden bij het management en bij de RvC,
zonder deze bevinding zelf met de buiten­
7 Zie hierover NIVRA praktijkhandreiking 1109, 11 maart 2010 en controlestandaard ISA 265
Invoeren ‘safe harbour’
Brief aan aandeelhouders

18
Betere communicatie door de externe accountant
wacht te delen.7 Een verplichte brief van de
accountant aan de aandeelhouders over
deze onderwerpen zou tegemoet kunnen
komen aan de roep van het maatschappelijk
verkeer om meer informatie van de accoun­
tant over deze onderwerpen. De accountant
zou in deze brief rekening moeten houden
met de concurrentie­ en koersgevoeligheid
van de informatie die hij verschaft en met
zijn geheimhoudingsplicht. Uiteraard zou
een eventuele verplichting tot directe
communicatie van de accountant over deze
onderwerpen moeten worden afgestemd
met communicatie door de RvC over deze
thema’s, de tweede trap van de drietraps­
raket. Het heeft weinig zin de accountant
te laten herhalen wat de RvC zegt, indien
de accountant de uitspraken in deze door
de RvC al getoetst heeft. Een alternatief
voor deze suggestie zou kunnen zijn om
RvB en RvC te verplichten om de hoofd­
lijnen uit de ‘management letter’ van de
accountant te delen met aandeelhouders,
voorzover deze informatie niet concurrentie­
of koersgevoelig is.
Een tweede suggestie die derden soms
noemen is om de waarde van de aan wezig­
heid van de accountant op de Algemene
Vergadering van Aandeel houders te
verhogen door de onderwerpen waarover
de accountant bevraagd kan worden door
de AVA uit te breiden tot soortgelijke onder­
werpen: accounting policies, corporate
governance en risico management.
Momenteel levert de aanwezigheid van
de accountant op de jaarvergadering
doorgaans relatief weinig toegevoegde
waarde op en bestaat er bij veel
belanghebbenden onduidelijkheid over de
onderwerpen waarover de accountant
bevraagd kan worden. Deze bevraging is
in Nederland ondermeer geregeld in de
Corporate Governance Code en beperkt
zich nu tot vragen over de controle op de
jaarrekening. In de praktijk betekent dit dat
de accountant een groot aantal vragen
moet doorschuiven naar de Raad van
Commissarissen, omdat ze deze beperking
te buiten gaan.8 Een nadeel van deze
variant is dat een onwillige accountant niet
gedwongen kan worden om werkelijk infor­
matieve antwoorden te geven op vragen
uit de AVA. Bovendien heeft mondelinge
communicatie altijd een groter gevaar in
zich van onbedoelde of onduidelijke uit­
spraken dan schriftelijke communicatie,
wat ‘onwilligheid’ bij de accountant in de
hand zou kunnen werken.
Wij staan veel positiever tegenover twee
andere suggesties. Een originele wijze om de
accountant meer te laten communiceren met
het maatschappelijk verkeer wordt sinds kort
in Nederland reeds in de praktijk gebracht
via het NIVRA­initiatief ‘Kennis Delen’.
Op basis van aggregatie van hun waar­
nemingen bij individuele onder nemingen
uit dezelfde sector informeren accountants
elkaar en het maatschappelijk verkeer
(m.n. toezichthouders en aandeel houders)
over relevante conclusies die te trekken zijn
uit deze aggregatie. Zeker tegen de
achtergrond van de recente kredietcrisis is
dit initiatief zeer de moeite waard. Hoewel
de jaarrekeningen van individuele financiële
instellingen voldoen aan de eisen, en er op
basis van de financiële cijfers van iedere
afzonderlijke instelling geen reden is om te
twijfelen aan de continuïteit van de bedrijfs­
voering, kan de aggregatie van de gegevens
van individuele financiële instellingen wel
leiden tot nieuwe, verontrustende informatie
over systeemrisico’s. Per sector en situatie
moeten accountants beoordelen welke
conclusies en meningen zij openbaar maken
dan wel vertrouwelijk delen met de relevante
toezichthouder van de sector.
Tenslotte kan ook de rapportageverplichting
van accountants aan toezichthouders worden
uitgebreid en de onderlinge open en con­
structieve communicatie worden bevorderd.
Deze communicatie zou uiteraard baat
hebben bij een niet te formalistische,
reactieve houding van de toezichthouders.
Een van de lessen die uit de kredietcrisis
is getrokken is dat constructief, proactief
overleg tussen accountants en toezicht­
houders bij kan dragen tot het eerder
onder kennen van (riskante) structurele
ontwikkelingen in een sector en hun mogelijke
invloed op individuele ondernemingen.
Dit geldt zeker voor het bank­ en verzekerings­
wezen, maar ook voor andere branches.
Deze com mu nicatie van de accountant met
toezicht houdende organen is in principe
vertrouwelijk. Het is aan de toezichthouder
zelf om te beslissen welke informatie hij
openbaar maakt.
8 Uitbreiding van de bevraging zou een aanpassing vereisen van de Code en van NIVRA Controlerichtlijn 780N over het optreden van de accountant in de AVA.
Hoofdlijnen management letter
ook naar aandeelhouders
Proactief overleg tussen
accountant en toezichthouders
Accountant over meer
onderwerpen bevragen in AVA
Accountants delen
sectorconclusies

19
Betere communicatie door de externe accountant
Het debat over de maatschappelijke rol van de accountant komt binnen en buiten Nederland
op stoom. Deze herfst (2010) wil Europees Commissaris Michel Barnier met een Green Paper
komen over de rol van accountants. In de VS kwam de Public Company Accounting Oversight
Board (PCAOB) in maart 2010 met een voorstel voor een standaard die de communicatie
van de accountant met het audit comité moet invullen. De Britse ‘Financial Reporting Council’
zal later dit jaar (2010) met een visie komen over het nut en gewenste aanpassingen in de
accountantsverklaring. In Nederland geeft het NIVRA via het project Kennis Delen – inclusief
‘collectieve manage mentletters’ – vorm aan geaggregeerde, sectorgewijze communicatie
van accountants met het maatschappelijk verkeer.
Accountants kunnen dit debat niet uit de weg gaan en moeten dat ook niet willen. De samen­
leving verandert snel en accountants moeten meeveranderen en daartoe met open vizier
overleggen met het maatschappelijk verkeer en met cliënten.
In dit White Paper leveren wij een bijdrage aan de discussie, een bijdrage die zich concentreert
op de communicatie van de accountant. Wij hopen hiermee het debat verder te helpen in de
richting van concrete verbeteringen en zullen dit White Paper voorleggen aan commissarissen
en bestuurders, aan organisaties als NIVRA, Eumedion, VEB, VNO­NCW, NCD, NKCC en VEUO,
alsmede aan de geëigende politieke organisaties.
Wij hopen dat dit debat over communicatie door de accountant tot tastbare resultaten zal
leiden, zodat accountants meer waarde gaan ontsluiten van hun werkzaamheden. Dat is
immers goed voor het maatschappelijk verkeer, goed voor de cliënt en daarmee goed voor
de accountant.
Voor nadere informatie over dit White Paper kunt u contact opnemen met:
Ernst & Young Nederland LLP
Yvette Brus
Project Manager Marketing & Communications
T: + 31 (0)88­407 53 44
F: + 31 (0)88­407 58 34
E: yvette.brus@nl.ey.com
Tot slot

Ernst & Young
Assurance I Tax I Transactions I Advisory
Over Ernst & Young
Ernst & Young is wereldwijd toonaangevend op het gebied van assurance, tax, transactions en advisory.
Juridische en notariële dienstverlening wordt in een strategische alliantie met Ernst & Young
Belastingadviseurs LLP verzorgd door Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen LLP. Onze 144.000
mensen delen wereldwijd dezelfde waarden en staan voor kwaliteit. Wij maken het verschil door onze
mensen, onze cliënten en de samenleving te helpen hun mogelijkheden optimaal te benutten.
Waar sprake is van Ernst & Young wordt de wereldwijde organisatie van lidfirma’s van Ernst & Young
Global Limited bedoeld, die elk een aparte rechtspersoon zijn. Ernst & Young Global Limited is een UK
company limited by guarantee en verleent zelf geen diensten aan cliënten. Voor meer informatie over
onze organisatie, kijk op www.ey.com/nl
Ernst & Young Accountants LLP is een limited liability partnership naar het recht van Engeland en
Wales met registratienummer OC335594. Ernst & Young Accountants LLP is statutair gevestigd te
Lambeth Palace Road 1, London SE1 7EU, Verenigd Koninkrijk, heeft haar hoofdvestiging aan
Boompjes 258, 3011 XZ Rotterdam, Nederland en is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel
Rotterdam onder nummer 24432944.
Over Ernst & Young’s Assurance Services
Een sterke, onafhankelijke en tijdige audit is van onschatbaar belang voor uw organisatie. De audit
bevat vitale informatie voor het management maar evengoed voor het audit committee, investeerders
en andere betrokkenen. Daarom staat kwaliteit centraal bij elke audit die wij verrichten. Die kwaliteit
begint met onze mensen. Met hun gedrevenheid, diepgaande vakkennis en auditervaring bij tal van
toonaangevende organisaties. Mensen die werken volgens beproefde methodes en up to date controle­
programma’s van de vereiste professionele kwaliteit. Tel daarbij op onze vakkennis en internationale
ervaring in tal van sectoren en u weet waarom Ernst & Young het verschil maakt.
© 2010 Ernst & Young Accountants LLP.
Alle rechten voorbehouden.
100122
Deze publicatie bevat informatie in samengevatte vorm en is daarom enkel bedoeld als algemene leidraad. Ze is niet bedoeld om te dienen
als een substituut voor gedetailleerd onderzoek of voor het aanwenden van een professioneel oordeel. Noch EYGM Limited noch enig ander
lid van de wereldwijde Ernst & Young organisatie kan aansprakelijk worden gesteld voor het verlies van iemand die handelde of die ervan
afzag te handelen ten gevolge van enige informatie in deze publicatie. Bij elke specifieke aangelegenheid, dient steeds een geschikte
adviseur geraadpleegd te worden.
www.ey.com/assurance