De Raad van Commissarissen
als opdrachtgever van de
accountant
Betrekking hebbende op Organisaties
van Openbaar Belang (OOB)
September 2011
Adviesrapport

2
De RvC als opdrachtgever van de accountant.

3
Adviesrapport
Inhoud
Hoofdstuk
Pagina
1. Inleiding
1.1 Plan van Aanpak
4
1.2 Adviescommissie
5
1.3 Aanpak
5
1.4 Aanbevelingen
6
2. De relatie tussen accountant en Raad van Commissarissen
2.1 Omgevingsverkenning
7
2.1.1 Onafhankelijkheid
7
2.1.2 Auditcommissie
7
2.1.3 Positie ondernemingsbestuur
8
2.1.4 Leeswijzer
8
2.2 Nadere uitwerking van het interactieproces
2.2.1 Selectie en werving van de accountant
9
2.2.2 Aanstellen van de accountant
9
2.2.3 Bepaling inhoud jaarlijkse controle-opdracht
9
2.2.4 Verstrekken adviesopdrachten
10
2.2.5 Voortgang van de accountantscontrole
11
2.2.6 Rapportages van de accountant aan de auditcommissie
11
2.2.7 Vaststelling jaarrekening en aanwezigheid accountant in de
Algemene vergadering van Aandeelhouders
13
2.2.8 Evaluatie / beoordeling van de accountant
13
2.2.9 Continueren opdracht
14
2.2.10 Afscheid nemen van de accountant
14
2.2.11 Interne accountant
15

4
De RvC als opdrachtgever van de accountant.
01 | Inleiding
De onafhankelijkheid van de externe accountant ten
opzichte van zijn opdrachtgever is van eminent belang
voor het vertrouwen dat belanghebbenden stellen in zijn
werkzaamheden. Deze onafhankelijkheid van de accoun-
tant komt met name in gevaar als er door de onderne-
mingsleiding druk wordt uitgeoefend op die accountant.
Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voor doen als er
twijfels bestaan bij de accountant over de continuïteit
van de onderneming of als de accountant en de onderne-
mingsleiding van mening verschillen over het juiste beeld
van de jaarrekening. De ondernemingsleiding heeft veelal
belang bij een positief beeld van de financiële gezondheid
van de onderneming. Als de accountant te meegaand zou
zijn met de ondernemingsleiding en zich onvoldoende
kritisch opstelt dan kan de situatie ontstaan dat de risico’s
onvoldoende en/of te laat gesignaleerd worden door de
stakeholders van desbetreffende onderneming. Naar
aanleiding van de boekhoudaffaires begin deze eeuw is de
regelgeving over de onafhankelijkheid van de controlerend
accountant reeds verder aangescherpt en uitgewerkt.
Zowel internationaal (IFAC, EU) als nationaal (Wta en Bta,
NIVRA en NOvAA) zijn de afgelopen jaren voorschriften
ingevoerd die moeten waarborgen dat accountants zowel
in mind als in appearance onafhankelijk opereren van hun
cliënten. In de Nederlandse Code Corporate Governance
(vanaf nu: Code) zijn eveneens diverse principes en best
practices opgenomen die de onafhankelijkheid van de
accountant moeten versterken. De getroffen maatregelen
hebben het maatschappelijke debat niet gestopt. Naar
aanleiding van de kredietcrisis publiceerde de Europese
Commissie in oktober 2010 een Green Paper Audit Policy,
lessons from the crisis. EU commissaris Michel Barnier
doet hierin voorstellen die er toe zouden moeten leiden
dat de onafhankelijkheid van de accountant verder wordt
vergroot. In het Green Paper worden diverse suggesties
gedaan over de aanstelling en beloning van de accoun-
tant, een verdere scheiding per cliënt van controle en
adviesopdrachten, de governance van accountantskanto-
ren en verplichte roulatie van die kantoren. Een aantal van
deze suggesties is recentelijk geconcretiseerd in concept-
voorstellen van het Europees Parlement.
Als reactie op deze voorstellen heeft de NBA in november
2010 een Plan van Aanpak gelanceerd. Daarin worden
voorstellen gedaan die de onafhankelijkheid moeten bor-
gen met inachtneming van de bestuurlijke verhoudingen
zoals deze o.a. via de Code de afgelopen jaren hun beslag
hebben gekregen. Hieronder volgt (in cursief) de betref-
fende tekst uit het Plan van Aanpak:
Waarborging onafhankelijkheid, de raad van commissa-
rissen als opdrachtgever van accountant
De huidige gedragsregels bevatten al een groot aantal
voorschriften om de onafhankelijkheid van de accountant
te waarborgen, waaronder verbodsbepalingen voor de
combinatie van controlewerkzaamheden en diverse soor-
ten adviesdiensten. De bestaande regelgeving lijkt echter
ontoereikend om de maatschappelijke perceptie te keren:
1.1 Plan van Aanpak

5
Adviesrapport
het beeld van een door commercie gedreven accountant,
die aan de leiband van het ondernemingsbestuur opereert,
is hardnekkig en schadelijk. De beroepsorganisaties stellen
derhalve voor de aansturing van de accountant exclusief bij
de raad van commissarissen te beleggen, zonder advisering
of preselectie vooraf door de raad van bestuur of de cfo.
Zij vormen het toezichthoudend orgaan, en treden op voor
alle stakeholders en nemen als zodanig een onafhanke-
lijke positie in. De commissarissen hebben als geen ander
belang bij een onafhankelijke accountant.
De Code Corporate Governance kent al de nodige bepalin-
gen op dit gebied, de beroepsorganisaties stellen echter
een aanscherping voor, die meer dwingend werkt op de da-
gelijkse praktijk: commissarissen en accountants moeten
elkaar beschouwen als natuurlijke sparringpartners.
Maatregelen
- De raad van commissarissen, dan wel de auditcom-
missie, fungeert als feitelijk opdrachtgever van de
accountant. Dit betekent onder meer de keuze van
de accountant, bespreking van de controleaanpak,
de reikwijdte van de controle, het urenbudget, het
honorarium en ondertekening van de opdrachtbeves-
tiging, alsmede voorafgaande goedkeuring voor alle
eventueel door de accountant uit te voeren advies-
opdrachten.
- De accountant zal jaarlijks aan de raad van commis-
sarissen rapport uitbrengen over alle aspecten van
onafhankelijkheid en het systeem van kwaliteits-
beheersing.
- Alle rapportages inzake de jaarrekeningcontrole,
inclusief de management letter, worden aan de raad
van commissarissen gericht.
Deze voorgestelde maatregelen uit het Plan van Aanpak
hebben betrekking op organisaties van openbaar belang
(OOB’s)1.
1.2 Adviescommissie
Ten behoeve van de discussie over en verdere uitwerking
van de hierboven beschreven maatregelen is een advies-
commissie gevormd. De taak van de adviescommissie is
het overwegen en verder uitwerken - met betrekking tot
zowel de inhoud als de te bewandelen route - van het
hierboven beschreven voorstel in het Plan van Aanpak.
Het resultaat dient een advies aan het NBA-bestuur te
zijn. De adviescommissie heeft de vrijheid om desgewenst
ook buiten de kaders van het Plan van Aanpak te treden
en alternatieven voor te stellen.
De adviescommissie is samengesteld uit de volgende
personen die op persoonlijke titel zitting hebben in deze
adviescommissie:
- Drs. Paul Baart RA, voormalig partner PwC en
accountant van diverse beursfondsen, voormalig
voorzitter van het Koninklijk NIVRA
- Prof. dr. Auke de Bos RA, partner Ernst & Young en
part time hoogleraar Bedrijfseconomie aan de
Erasmus Universiteit Rotterdam
- Mr. Jurjen Lemstra, partner Lemstra van der Korst en
lid Monitoring commissie corporate governance code
- Drs. Tjalling Tiemstra RA, lid Raad van Toezicht AFM
en bestuurslid VEUO (Vereniging van Effecten Uitge-
vende Ondernemingen)
- Ben van der Veer RA, commissaris bij diverse beurs-
genoteerde ondernemingen (Aegon, TomTom en Reed
Elsevier)
De adviescommissie is vanuit de NBA ondersteund door
drs. Berry Wammes, directeur NBA, Johan Scheffe RA RO
CIA, vaktechnisch medewerker en drs. Rob Heinsbroek als
secretaris van de adviescommissie.
Naast deze adviescommissie zijn - naar aanleiding van
het Plan van Aanpak - drie andere adviescommissies
ingesteld die de overige kernthema’s uit dit Plan verder
uitwerken. Eén adviescommissie werkt aan een concept
Code Accountantsorganisaties, een andere adviescom-
missie aan het programma Verbetering professionele
scepsis, en een derde adviescommissie aan de Verbreding
van de poortwachtersfunctie.
1.3 Aanpak
De adviescommissie is eind maart 2011 gestart met haar
opdracht en heeft haar advies op 19 augustus aan het
NBA bestuur aangeboden.
Bij de uitwerking van het advies heeft de adviescommissie
1 Indien in dit document wordt gesproken over accountants gaat het over controlerende / externe accountants. Afhankelijk van de context kunnen daarmee tevens accountants-
organisaties worden bedoeld. Dit advies richt zich op de controle van OOB’s, zijnde organisaties van openbaar belang zoals gedefinieerd in de wet:
1. Een in Nederland gevestigde rechtspersoon naar Nederlands recht waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1
van de Wet op het financieel toezicht.
2. Een (centrale) kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waaraan een
vergunning is verleend ingevolge die wet.
Er zijn in Nederland ruim 1.000 organisaties van openbaar belang

6
De RvC als opdrachtgever van de accountant.
zich gericht op de volgende te onderscheiden processtap-
pen in de relatie tussen de accountant en de RvC:
- Selectie en werving van de accountant
(paragraaf 2.2.1).
- Aanstellen van de accountant (paragraaf 2.2.2).
- Bepaling inhoud jaarlijkse controle-opdracht (scope,
materialiteit, audit en advies) (paragraaf 2.2.3).
- Verstrekken adviesopdrachten (paragraaf 2.2.4).
- Voortgang.van de accountantscontrole
(paragraaf 2.2.5).
- Rapportages van de accountant aan de auditcom-
missie (AC) (paragraaf 2.2.6).
- Vaststelling jaarrekening en aanwezigheid accountant
in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders
(paragraaf 2.2.7).
- Evaluatie/beoordeling van de accountant
(paragraaf 2.2.8).
- Continueren opdracht (paragraaf 2.2.9).
- Afscheid nemen van de accountant (paragraaf 2.2.10).
Tevens wordt in paragraaf 2.2.11 ingegaan op de rol en
werkzaamheden van de interne accountant.
1.4 Aanbevelingen
Hieronder volgen de belangrijkste voorstellen van de
adviescommissie. In hoofdstuk 2 worden deze voorstellen
verder uitgewerkt. Daar waar in de tekst de auditcom-
missie (AC) wordt genoemd, wordt daarmee tevens de
raad van commissarissen (RvC) bedoeld indien deze geen
auditcommissie heeft ingesteld.
Selectie en vaststellen van de opdracht:
- De auditcommissie heeft de leiding bij de selectie van
de accountant (2.2.1).
- De accountant bespreekt de reikwijdte van de controle
met de auditcommissie. De auditcommissie tekent
met het bestuur het contract met de accountant voor
akkoord (2.2.2).
- De auditcommissie gaat de dialoog aan met de
accountant over relevante keuzes van de accountant
in zijn controle, en keurt deze goed (2.2.3).
- De auditcommissie ziet toe op verstrekking van
eventuele adviesopdrachten aan de controlerend
accountant en publiceert zijn beleid in deze (2.2.4).
Rapportages en verantwoording:
- De auditcommissie overlegt minstens tweemaal per
jaar met de accountant (2.2.5).
- De accountant brengt jaarlijks een management letter
uit, gericht aan de auditcommissie waarin ook het
commentaar van het bestuur is opgenomen (2.2.6).
- De auditcommissie evalueert jaarlijks het functione-
ren van de accountant op basis van gepubliceerde
criteria (2.2.8).
- Minstens één lid van de auditcommissie heeft ervaring
als financieel directeur (minimaal gelijkwaardig aan
de CFO van de opdrachtgever) of controlerend accoun-
tant. (2.1.2).
- Ten aanzien van de reviews die de AFM op de kwaliteit
van de accountant uitvoert, meldt de accountant aan
de auditcommissie indien deze plaatsvindt m.b.t. de
controle van de betreffende onderneming en rappor-
teert over de uitkomsten van de betreffende review.
Beëindiging opdracht:
- Bij tussentijdse beëindiging van de opdracht vindt een
publieke melding plaats door de onderneming.
- De AFM kan onderzoek doen naar de achtergronden
van de wisseling van accountant bij zowel de onder-
neming als de accountant. De AFM krijgt voldoende
bevoegdheden tot interne informatie-uitwisseling om
een doelmatig onderzoek m.b.t. deze beëindiging te
kunnen verrichten (2.2.10).

7
Adviesrapport
02 | De relatie tussen
accountant en
Raad van Commissarissen
2.1.1 Onafhankelijkheid
Het door de adviescommissie uitgewerkte onderdeel van
het Plan van Aanpak veronderstelt dat de onafhankelijk-
heid van de accountant ten opzichte van de onderne-
mingsleiding (verder) gewaarborgd kan worden als niet
het bestuur maar de raad van commissarissen optreedt
als opdrachtgever van die accountant. De adviescom-
missie is van mening dat de onafhankelijkheid van de ac-
countant van zeer veel factoren afhankelijk is. In het Plan
van Aanpak wordt dat ook onderkend. Voorop staat dat de
professioneel-kritische grondhouding van de accountant
cruciaal is voor zijn onafhankelijkheid.
Daarnaast hebben de beroepsorganisaties in de laatste
tien jaar veel regelgeving geïntroduceerd die de onafhan-
kelijkheid moet waarborgen. Hierbij kan gedacht worden
aan verplichte rotatie per cliënt van accountants (om de
7 jaar) en een verbod per cliënt op de combinatie van de
controleopdracht met bepaalde soorten advieswerkzaam-
heden. Verder geldt er een wettelijke plicht voor accoun-
tants om in geval van beëindiging van de controleopdracht
desgevraagd aan de opvolgende accountant toegang te
verlenen tot relevante informatie met betrekking tot de
controle cliënt.
Uit een globale inventarisatie van (wetenschappelijke)
literatuur blijkt dat de AC - voor zover ingesteld - als voor-
bereidende commissie voor de raad van commissarissen
een belangrijke rol kan vervullen bij het waarborgen van
de onafhankelijkheid van de accountant. Voorwaarde is
wel dat de audit commissie uit voldoende onafhankelijke,
ervaren en deskundige leden bestaat. Met name kennis
op het gebied van audit, risicomanagement en financiële
verslaggeving is onontbeerlijk. In Nederland worden reeds
in de Code deskundigheidseisen gesteld aan de leden van
de AC. Overigens zijn in de literatuur nauwelijks aanwijzin-
gen te vinden voor een gebrek aan onafhankelijkheid van
de controlerend accountant. Uit een inventarisatie van
de tuchtzaken van de afgelopen drie jaar komt daarnaast
naar voren dat slechts in zeven gevallen (2 procent) sprake
is geweest van een gegrond verklaarde klacht inzake de
onafhankelijkheid. Zonder af te doen aan de wenselijk-
heid aanvullende waarborgen te introduceren heeft de
adviescommissie de indruk dat het onafhankelijkheids-
probleem mede een kwestie van perceptie is. Dat maakt
het probleem overigens niet minder: de effectiviteit van
de accountant is in hoge mate verbonden aan zijn of haar
reputatie en het daarbij passende vertrouwen in zijn of
haar functioneren. Om die reden acht de adviescommissie
het van groot belang dat ook het interactieproces tussen
de AC en de accountant gericht is op een optimale borging
van de onafhankelijkheid.
2.1.2 Auditcommissie
Organisaties van openbaar belang dienen een auditcom-
missie, samengesteld uit leden van de raad van commis-
sarissen, in te stellen (Koninklijk Besluit d.d. 26 juli 2008).
2.1 Omgevingsverkenning

8
De RvC als opdrachtgever van de accountant.
De raad van commissarissen heeft tot taak toezicht te
houden op het beleid van het bestuur en op de algemene
gang van zaken in de vennootschap waarbij de commis-
sarissen zich richten naar het belang van de vennoot-
schap. (art 2:140 BW). De Code stelt eveneens dat de raad
van commissarissen een afzonderlijke auditcommissie
in dient te stellen indien de raad uit meer dan vier leden
bestaat. De auditcommissie heeft geen juridische status
en dient ter voorbereiding van de besluitvorming door de
raad van commissarissen.
Tot de taken van de auditcommissie wordt o.a. gerekend:
toezicht op het bestuur ten aanzien van:
- Werk van accountants inzake de financiële informatie-
verschaffing.
- Naleving van aanbevelingen en opvolging van opmer-
kingen van accountants.
- De relatie met de accountant waaronder in het
bijzonder zijn onafhankelijkheid, de bezoldiging en
eventuele niet-controlewerkzaamheden voor de
vennootschap.
De auditcommissie is het eerste aanspreekpunt van de
accountant wanneer deze vragen heeft over financiële
informatie of onregelmatigheden constateert in de inhoud
van financiële berichten. Indien de onderneming een one
tier board kent zal er vrijwel altijd een AC bestaande uit
non executives (onafhankelijke board members) ingesteld
zijn door de onderneming.
In diverse corporate governance codes wordt voorgeschre-
ven om altijd een financieel deskundige op te nemen in de
AC. In de Code houdt dit in dat deze commissaris relevante
kennis en ervaring heeft opgedaan op financieel adminis-
tratief/accounting gebied bij beursvennootschappen of bij
andere grote rechtspersonen. De SEC stelt meer gedetail-
leerde eisen aan de Audit Committee Financial Expert. De
adviescommissie is van mening dat binnen de AC vol-
doende kennis van audit, risicomanagement en financiële
verslaggeving in de desbetreffende branche onontbeerlijk
is, en stelt daarom voor dat tenminste één van de leden
van de AC ervaring heeft als financieel directeur (minimaal
gelijkwaardig aan de CFO van de opdrachtgever) of als
controlerend accountant.
2.1.3 Positie ondernemingsbestuur
Het Plan van Aanpak van de NBA beoogt een belangrijke
accentverschuiving aan te brengen in de relatie tussen ac-
countant, ondernemingsbestuur en auditcommissie.
Dit wordt als volgt verwoord:
De beroepsorganisaties stellen derhalve voor de aansturing
van de accountant exclusief bij de raad van commissaris-
sen te beleggen, zonder advisering of preselectie vooraf
door de raad van bestuur of de cfo.
De adviescommissie heeft dit uitgangspunt gevolgd,
waarbij het zwaartepunt komt te liggen in de relatie tus-
sen auditcommissie en accountant. Dit laat het volgende
onverlet:
1. Gelet op haar (wettelijke) taken en verantwoordelijk-
heden zal de AC zo min mogelijk belast moeten worden
met operationele activiteiten. Deze activiteiten zullen
zoveel mogelijk bij (het bestuur van) de onderneming
zelf moeten worden ondergebracht.
2. Het bestuur blijft eveneens als rechtsgeldig vertegen-
woordiger verantwoordelijk voor de informatiever-
strekking vanuit de onderneming richting accountant
en de AC.
De relatie tussen auditcommissie, accountant en bestuur
dient dan ook in deze context te worden gelezen. Het
primaat ligt bij de relatie tussen AC en accountant. De
relaties tussen AC en bestuur en tussen bestuur en ac-
countant zijn daarin ondersteunend en aanvullend.
2.1.4 Leeswijzer
Voor de verdere uitwerking van het advies ten behoeve van
het NBA- bestuur is, zoals ook beschreven in paragraaf
1.3, een uitsplitsing gemaakt naar de te onderscheiden
processtappen in de relatie tussen de RvC en de accoun-
tant. Tevens is separaat aandacht geschonken aan de
interne accountant.
In het advies van de adviescommissie wordt per pro-
cesstap de huidige situatie weer gegeven mede op basis
van de bestaande wet- en regelgeving zoals het Burgerlijk
wetboek (BW) en de Code alsmede de observaties van de
adviescommissie. Vervolgens worden voorstellen gedaan
voor de door de adviescommissie gewenste situatie. Tot
slot worden per processtap concrete maatregelen voorge-
steld om te komen tot de gewenste situatie.

9
Adviesrapport
2.2.1 Selectie en werving van de accountant
Huidige regelgeving
De accountant wordt benoemd door de Algemene verga-
dering van Aandeelhouders (AvA). De RvC doet daartoe een
voordracht, waarbij zowel de AC als het bestuur advies
uitbrengen aan de RvC (Principe V.2 Code).
Huidige praktijk
De AC doet een voordracht voor benoeming van de ac-
countant maar is niet altijd betrokken bij het selectiepro-
ces.
Gewenste situatie
De AC stelt de selectiecriteria en de short list vast, na
overleg met het bestuur. De positie van voorzitter van de
selectiecommissie wordt vervuld door de voorzitter van
de AC. De RvC neemt op basis van het advies van de AC
de eindbeslissing voor de voordracht aan de AvA. De AvA
benoemt en herbenoemt de accountant op basis van de
voordracht van de RvC. Deze voordracht dient tijdig gereed
te zijn. Dit betekent dat de voor de voordracht relevante
informatie tijdig beschikbaar moet zijn.
De AvA benoemt in de regel aldus de accountant voor
het boekjaar volgend op het lopende boekjaar. In diverse
landen is het verplicht gesteld om de accountant via een
aanbestedingsprocedure te selecteren. De adviescom-
missie is van mening dat verplichte aanbesteding niet
noodzakelijk is indien haar adviezen worden opgevolgd.
Indien de onderneming een vrijwillige aanbestedingspro-
cedure hanteert, dient de onderneming informatie over de
gehanteerde benoemingsprocedure, selectiecriteria, het
aantal uitgenodigde accountants, enz. op de website van
de onderneming te publiceren. Voor de duidelijkheid wordt
vermeld dat de hier boven beschreven voorstellen betrek-
king hebben op accountantsorganisaties. De huidige
regels verplichten al dat accountants om de (maximaal) 7
jaar per cliënt rouleren.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om de hierboven beschreven maatrege-
len op te nemen in de Nederlandse corporate governance
code.
2.2.2 Aanstellen van de accountant
Huidige regelgeving
Conform het BW is de algemene vergadering van leden of
aandeelhouders bevoegd tot het verlenen van de opdracht
aan de accountant. Gaat deze daartoe niet over, dan is de
RvC bevoegd of, zo deze ontbreekt of in gebreke blijft, het
bestuur. De AC doet een voordracht mede op basis van het
advies van het bestuur.
Huidige praktijk
In de praktijk verstrekt veelal het bestuur de opdracht
alhoewel het bij een aantal beursfondsen al gebruikelijk
is dat de AC hier een dominante rol in heeft. In de praktijk
tekent het bestuur de opdracht. De AC is niet betrokken bij
het beheer van het controlebudget
Gewenste situatie
De accountant bespreekt met de auditcommissie de
reikwijdte van de controle en doet een voorstel voor het
controlebudget. De AC keurt, na het bestuur gehoord te
hebben, namens de RvC het budget, het controleplan, de
teamsamenstelling en de werkelijke uitgaven inclusief
afwijkingen van het budget goed. Het bestuur, als rechts-
geldig vertegenwoordiger van de onderneming, tekent het
contract met de accountant, de voorzitter AC tekent het
contract mee voor akkoord (inclusief de daar van afgeleide
controleplannen). Het contract voorziet ook in de situaties
waarbij er geschillen bestaan tussen de accountant en
het bestuur.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen
in de Nederlandse corporate governance code of in het
Besluit uitvoering EG-richtlijn wettelijke controles jaar-
rekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen. Om de
voorgestelde maatregelen mogelijk te maken dienen zeer
waarschijnlijk ook de statuten van de betreffende onder-
nemingen aangepast te worden .
2.2.3 Bepaling inhoud jaarlijkse controle-opdracht
Huidige regelgeving
In de Code zijn ten aanzien van deze processtap de
2.2 Nadere uitwerking van
het interactieproces

10
De RvC als opdrachtgever van de accountant.
volgende maatregelen opgenomen:
- De AC richt zich o.a. op:
• Naleving van aanbevelingen en opvolging van
opmerkingen van de accountant en de interne
accountant.
• Rol en functioneren interne audit functie.
• De relatie met de accountant waaronder zijn
onafhankelijkheid, bezoldiging en eventuele
niet-controlewerkzaamheden.
- De AC is het eerste aanspreekpunt van de accoun-
tant wanneer deze onregelmatigheden constateert in
de inhoud van financiële berichten.
- De AC bepaalt of en wanneer de accountant en de
interne accountant bij haar vergaderingen aanwezig
zijn.
- De AC overlegt zo vaak als zij dit noodzakelijk acht,
doch ten minste eenmaal per jaar, buiten aanwezig-
heid van het bestuur met de accountant.
- De AC beoordeelt hoe de accountant wordt betrok-
ken bij de inhoud en publicatie van financiële berich-
ten, anders dan de jaarrekening.
Huidige praktijk
In de praktijk blijkt dat de AC in bepaalde gevallen een
meer betrokken en kritische houding zou kunnen inne-
men ten aanzien van het controleplan van de accountant
met inbegrip van de door de accountant geïdentificeerde
belangrijkste risico’s en de controle materialiteit.
Gewenste situatie
De wijze van controleren en het vaststellen van het con-
troleplan inclusief de risico inschattingen zijn en blijven
de verantwoordelijkheid van de accountant. De advies-
commissie beveelt wel aan dat de accountant hierover in
dialoog treedt met de AC.
De adviescommissie adviseert nadrukkelijk om te komen
tot een grotere materiële betrokkenheid van de AC bij de
keuzes van de accountant bij de aanpak en uitvoering
van de controle. De AC dient hierover een dialoog met de
accountant aan te gaan. Ook zaken die de accountant
niet betrekt in zijn controle kunnen onderwerp zijn van
deze dialoog. De risico analyses zijn onontbeerlijk voor de
informatiebehoeften van de AC. De interne accountant
en de accountant dienen die analyses uit te wisselen. De
oordeelsvorming vanuit de AC over het controleprogram-
ma van de accountant zal mede gebaseerd zijn op een
dergelijke uitwisseling van risico analyses. Uiteraard zal
de AC eveneens de visie van het bestuur willen vernemen
om tot een afgewogen besluitvorming te kunnen komen.
De AC keurt de volgende zaken goed:
- De controle aanpak
- De reikwijdte van de controle
- Het urenbudget
- Het honorarium
- De samenstelling van het controleteam.
De accountant presenteert jaarlijks voordat de controle
start zijn controleplan aan de AC.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in
de beroepsreglementering van de beroepsorganisaties en
in de Nederlandse corporate governance code.
2.2.4 Verstrekken adviesopdrachten
Huidige regelgeving
De beroepsreglementering (NV Onafhankelijkheid accoun-
tants) van accountants stelt onder andere grenzen aan
het uitvoeren van adviesopdrachten door accountants die
tevens zijn belast met de controle van de jaarrekening.
Huidige praktijk
Veel OOB’s schakelen andere accountants in als zij
behoefte hebben aan adviezen die niet direct zijn gerela-
teerd aan de jaarrekeningcontrole.
Gewenste situatie
De onderneming verstrekt slechts in beperkte mate
adviesopdrachten aan de controlerend accountant.
Adviesopdrachten die conflicteren met de controle van de
jaarrekening worden nooit aan de controlerend accoun-
tant verstrekt. De AC ontwikkelt beleid op het gebied van
verstrekking van de overige adviesopdrachten aan de ac-
countant. De AC ziet er op toe dat dit beleid (als onderdeel
van het Audit charter) op de website van de onderneming
wordt geplaatst. In dit document is aangegeven op welke
wijze de onafhankelijkheid van de accountant is gewaar-
borgd onder andere via goedkeuring van diverse cate-
gorieën van activiteiten: controle, controle gerelateerde
en overige activiteiten. In deze laatste categorie vallen
adviesopdrachten. Uitgangspunt is dat de AC vooraf

11
Adviesrapport
goedkeuring verleent voor alle eventueel door de accoun-
tant uit te voeren adviesopdrachten.
In het door de AC getoetste beleid wordt ook aandacht
besteed aan adviesdiensten die niet door de controlerend
accountant geleverd mogen worden, het budget, de trans-
parantie en de kwantitatieve invulling.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in
de Nederlandse corporate governance code.
2.2.5 Voortgang van de accountantscontrole
Huidige regelgeving
Beroepsstandaarden 260 en 265 schrijven voor dat de
accountant tijdig dient te communiceren met de AC.
Significante tekortkomingen in de interne beheersing die
de accountant tijdens de controle heeft onderkend dienen
schriftelijk gerapporteerd te worden aan de AC.
Huidige praktijk
In de praktijk is er nog ruimte voor verbetering als het gaat
om tussentijds overleg tussen de AC en de accountant
over de voortgang van de accountantscontrole.
Gewenste situatie
De accountant rapporteert tenminste tweemaal per jaar
aan de AC over de voortgang van de controle en de even-
tuele bijstelling daarvan. Ook wordt aandacht besteed aan
mogelijke risico’s, eventuele tekortkomingen in de interne
beheersing en de voortgang van oplossingen van eerder
gerapporteerde punten. De AC en de accountant hebben
gedurende het jaar minimaal tweemaal overleg waarin
ook de interne accountant kan participeren: bij start con-
trole, bij einde controle, en bij bijzondere situaties.
De volgende onderwerpen worden tenminste in dit overleg
besproken:
- Bevindingen met betrekking tot de interne beheersing.
- Aanpassing van aanpak en reikwijdte van de accoun-
tantscontrole op basis van gewijzigde omstandig-
heden zoals bijvoorbeeld (vermoeden van) fraude.
- Mogelijke belemmeringen in de accountantscontrole.
- Belangrijke veronderstellingen en inschattingen van
het management betreffende de waardering en
resultaatbepaling.
- Functioneren van de interne accountants afdeling.
De accountant ontvangt standaard de agenda van de
vergaderingen van de AC en is op deze vergaderingen
voor alle voor zijn controletaak relevante agendapunten
welkom.
De adviescommissie adviseert om het overleg met de
AC te koppelen aan de rapportages van de accountant.
Natuurlijke momenten van afstemming tussen de AC en
de accountant kunnen dan zijn:
1. Aanvang controle waarbij wordt gesproken over de
opdrachtbrief en het controleplan van de accountant.
2. Tussentijdse bevindingen aan de hand van de mana-
gement letter van de accountant.
3. Afgeven van de controleverklaring waarbij overleg
plaats vindt over de strekking van de verklaring en de
inhoud van het accountantsverslag.
Daarnaast kunnen er bijzondere omstandigheden zijn die
maken dat de accountant tussentijds rapporteert aan de
AC (mondeling en/of schriftelijk).
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen
in de Nederlandse corporate governance code en in een
praktijkhandreiking van de beroepsorganisatie.
2.2.6 Rapportages van de accountant aan de
auditcommissie
Huidige regelgeving
De accountant brengt verslag uit aan de RvC en aan het
bestuur, met ten minste melding van bevindingen met
betrekking tot de betrouwbaarheid en de continuïteit van
de geautomatiseerde gegevensverwerking (art. 2:393 lid
4 BW). De accountant bevestigt jaarlijks zijn onafhanke-
lijkheid aan de RvC, en meldt alle andere dan controle
opdrachten. De accountant voert jaarlijks overleg met de
RvC over onafhankelijkheid (bedreigingen en genomen
maatregelen). Verwezen wordt in dit verband naar para-
graaf 2.2.3 in dit advies.
In de Code zijn eveneens best practice bepalingen opge-
nomen met betrekking tot de rapportages van accoun-

12
De RvC als opdrachtgever van de accountant.
tants: De accountant woont in ieder geval de RvC verga-
dering bij waarin zijn verslag wordt besproken en waarin
wordt besloten over de jaarrekening en de accountant kan
in voorkomende gevallen de voorzitter van de RvC verzoe-
ken bij een vergadering aanwezig te zijn.
Het verslag van de accountant bevat datgene dat hij
onder de aandacht wil brengen van het bestuur en de
RvC. Daarbij kan aan de volgende onderwerpen worden
gedacht (Code bpb V.4)
A. Met betrekking tot de accountantscontrole:
- Informatie over zaken die van belang zijn voor de
beoordeling van de onafhankelijkheid van de accoun-
tant.
- Informatie over de gang van zaken tijdens de controle
als ook de samenwerking met interne accountants en
eventueel andere accountants, discussiepunten met
het bestuur, een overzicht van niet aangepaste cor-
recties, etc.
B. Met betrekking tot de financiële cijfers:
- Analyses van ontwikkelingen van het vermogen en
resultaat, die niet in de te publiceren gegevens voor-
komen en die naar de mening van de accountant
bijdragen aan het inzicht in de financiële positie en
resultaten van de vennootschap.
- Commentaar op de verwerking van eenmalige posten,
de effecten van schattingen en de wijze waarop deze
tot stand zijn gekomen, de keuze van accounting po-
licies wanneer ook andere keuzes mogelijk waren,
alsmede bijzondere effecten als gevolg daarvan.
- Opmerkingen over de kwaliteit van prognoses en
budgetten.
C. Met betrekking tot de werking van de interne risico-
beheersings- en controlesystemen (inclusief de
betrouwbaarheid en continuïteit van de geautoma-
tiseerde gegevensverwerking) en de kwaliteit van
de interne informatievoorziening:
- Verbeterpunten, geconstateerde leemten en kwali-
teitsbeoordelingen.
- Opmerkingen over bedreigingen en risico’s voor de
vennootschap en de wijze waarop daarover in de te
publiceren gegevens gerapporteerd dient te worden.
- Naleving van statuten, instructies, regelgeving,
leningsconvenanten, vereisten van externe toezicht-
houders, etc.
In diverse beroepsstandaarden (240, 260 en 265) voor
controlerende accountants zijn eveneens bepalingen
opgenomen met betrekking tot de communicatie tussen
de accountant en de AC. Dit betreft met name de volgende
bepalingen:
- Verantwoordelijkheid accountant met betrekking tot
de controle.
- Geplande reikwijdte en timing controle.
- Specifieke bevindingen controle (grondslagen verslag-
geving, significante problemen andere aangelegen-
heden).
- Onafhankelijkheid van de accountant.
- De accountant meldt tijdig de ontdekking of een
vermoeden van fraude waarbij management etc. is
betrokken aan de RvC, waarbij hij aard, timing en
omvang controle bespreekt.
- De accountant rapporteert significante tekortko-
mingen in de interne beheersing tijdig schriftelijk aan
de RvC.
Huidige praktijk
De accountant brengt meestal tijdens zijn controle een
management letter uit op basis van zijn interim controle-
werkzaamheden en na de balanscontrole (in het nieuwe
kalenderjaar) zijn accountantsverslag. In management
letters van accountants ontbreekt in de praktijk vaak het
commentaar van het management. De adviescommissie
is van mening dat dit een ongewenste situatie is. De AC is
vanuit haar toezichthoudende taak met name geïnteres-
seerd in de materiële bevindingen van de accountant en
de reactie van het management hierop. Het kan hierbij
gaan om uiteenlopende standpunten ten aanzien van
gehanteerde veronderstellingen en inschattingen. De
management letter is in tegenstelling tot het accoun-
tantsverslag niet beschreven in wet of regelgeving van de
beroepsorganisaties.
In hoeverre de accountant rapporteert over de reviews die
de toezichthouder op diens kantoor (i.c. het controlewerk
voor de specifieke opdrachtgever) uitvoert, is niet nader
vastgelegd. De toezichthouder is verplicht tot geheimhou-
ding. In de praktijk rapporteert de accountant op vrijwillige
basis aan de opdrachtgever.
Gewenste situatie
Een doeltreffende wederzijdse communicatie tussen de
accountant en de AC dient voorop te staan. De accountant

13
Adviesrapport
brengt jaarlijks een management letter uit aan de AC. Voor
de gewenste inhoud van die management letter wordt
verwezen naar best practice bepaling V.4 uit de Code zoals
hierboven beschreven onder ‘huidige regelgeving’. Deze
management letter dient ook het commentaar van het
bestuur te bevatten. De accountant rapporteert jaarlijks
aan de AC over alle aspecten van onafhankelijkheid en het
systeem van kwaliteitsbeheersing in het accountantsver-
slag, naast het vereiste van de continuïteit van de geauto-
matiseerde systemen. De AC verstrekt hierbij informatie
aan de accountant die relevant is voor zijn controle.
Daarnaast heeft de AC minimaal één maal per jaar een bi-
lateraal overleg met de accountant, zonder aanwezigheid
van het bestuur, waarin de mening van de accountant over
relevante aangelegenheden van de organisatie worden
besproken. Het bestuur wordt wel op de hoogte gesteld
van de onderwerpen en uitkomsten van deze bilaterale
besprekingen tussen de AC en de accountant.
Ten aanzien van de reviews die de AFM op de kwaliteit van
de accountant uitvoert, meldt de accountant aan de AC
indien deze plaatsvindt mbt. de controle van de betref-
fende onderneming en rapporteert over de uitkomsten van
de betreffende review.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in de
Nederlandse corporate governance code De voorgestelde
maatregelen inzake de management letter dienen in een
praktijkhandreiking van de beroepsorganisatie uitgewerkt
te worden.
Voor de verplichte rapportage over de AFM-reviews is een
aanpassing van de Verordening Accountantsorganisaties
vereist.
2.2.7 Vaststelling jaarrekening en aanwezigheid
accountant in de Algemene vergadering van
Aandeelhouders
Huidige regelgeving
De AvA stelt de jaarrekening vast (art 2:210 BW). De ac-
countant is bevoegd de AvA die besluit over de vaststel-
ling van de jaarrekening bij te wonen en daarin het woord
te voeren (art 2:117,lid 5 BW). De accountant heeft in de
AvA een herstelplicht in geval er een materiële onjuiste
voorstelling van zaken wordt gegeven door het bestuur of
de RvC (Code).
Huidige praktijk
De praktijk wijst uit dat enkele beursfondsen de accoun-
tant niet altijd uitnodigen voor de AvA. Als de accountant
aanwezig is bij de AVA krijgt hij over het algemeen weinig
vragen van aandeelhouders. Indien de accountant door
aandeelhouders wordt bevraagd over de inhoud van zijn
management letter dan worden die vragen meestal in
verband met zijn geheimhoudingsplicht niet door de ac-
countant beantwoord.
Gewenste situatie
De AvA stelt de jaarrekening vast na de gelegenheid te
hebben gehad om de accountant in de AvA te bevragen. De
accountant moet betrokken worden bij de voorbereiding
van de AvA. Duidelijk moet zijn wat de verwachte rol is van
de accountant bij de AvA, en welke mogelijke vragen ver-
wacht kunnen worden. Het initiatief voor deze voorberei-
ding ligt bij de AC. De accountant dient altijd aanwezig te
zijn in de AvA waarin de jaarrekening wordt goedgekeurd,
en dient indien gewenst en mogelijk vragen van aandeel-
houders te beantwoorden. Over de onafhankelijkheid van
de accountant zou de AvA de RvC (of AC) moeten kunnen
bevragen.
De primaire taak om te communiceren over de strategie
van de onderneming is die van de ondernemingsleiding.
De AC zou over haar toezichthoudende taak moeten com-
municeren. Hierbij zou zij desgevraagd in moeten gaan
op de bevindingen van de accountant. De accountant kan
eventueel een verdere toelichting geven.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in
de Nederlandse corporate governance code alsmede in de
praktijkhandreiking van de beroepsorganisatie ‘Accoun-
tant in de AvA’.
2.2.8 Evaluatie / beoordeling van de accountant
Huidige regelgeving
Het bestuur en de AC maken ten minste eenmaal in de
vier jaar een grondige beoordeling van het functioneren
van de accountant in de diverse entiteiten en capaciteiten
waarin de accountant fungeert. De belangrijkste conclu-
sies worden aan de AvA mede gedeeld ten behoeve van de
beoordeling voordracht herbenoeming (Code).

14
De RvC als opdrachtgever van de accountant.
Huidige praktijk
Vaak is het onduidelijk welke criteria worden gehanteerd
bij de evaluatie en beoordeling van de accountant en in
geval van (her) benoeming welke uitkomsten ten grond-
slag lagen aan de conclusies. In sommige statuten is een
jaarlijkse beoordeling van de accountant voorgeschreven.
Gewenste situatie
De AC publiceert de beoordelings- en selectiecriteria in
de Audit charter op de website van de onderneming. De
RvC deelt de belangrijkste punten hiervan in de AvA mee.
Deze criteria kunnen bijvoorbeeld zijn:
- Professionele scepsis accountant
- Houding en gedrag accountant
(met name onafhankelijke opstelling)
- Branchekennis accountant
- Kwaliteit van rapportages
- Samenstelling en kwaliteit van het controle team.
Naast de vierjaarlijkse grondige beoordeling zoals be-
schreven in de Code beschouwt de adviescommissie een
jaarlijkse wederzijdse evaluatie van de accountant en de
AC in overleg met het bestuur en de interne accountant
als een best practice. Met name de onderlinge commu-
nicatie tussen accountant en AC dient in deze evaluatie
voldoende aandacht te krijgen. Rapporten van relevante
toezichthouders zoals DNB en AFM, voor zover beschik-
baar, dienen bij deze evaluatie betrokken te worden.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in
de Nederlandse corporate governance code.
2.2.9 Continueren opdracht
Voor een uitwerking van dit onderdeel van het advies
wordt verwezen naar paragraaf 2.2.3 ‘Bepaling inhoud
jaarlijkse controle-opdracht’.
2.2.10 Afscheid nemen van de accountant
Huidige regelgeving
Ten aanzien van het beëindigen van de opdracht zijn er
twee situaties te onderscheiden:
1. Reguliere beëindiging (na afloop van de contractueel
overeengekomen periode)
In dit geval bestaan er geen verplichtingen voor de
onderneming. De vertrekkend accountant is verplicht
om desgevraagd informatie te verstrekken aan de
opvolgend accountant ten aanzien van mogelijke
bedreigingen van zijn onafhankelijkheid.
2. Tussentijdse beëindiging
De opdracht kan worden ingetrokken door de AvA en
door degene die de opdracht heeft verstrekt. De op-
dracht kan enkel om gegronde redenen worden
ingetrokken. De AvA hoort de accountant op diens
verlangen omtrent de intrekking van een aan hem
verleende opdracht (Bij tussentijdse beëindiging wordt
de AFM geïnformeerd door de accountant en het
bestuur inclusief afdoende motivering voor beëindi-
ging opdracht (BW 2, art 393)).
Huidige praktijk
Met name de tussentijdse beëindiging kan het gevolg
zijn van een onoplosbaar verschil van mening tussen de
accountant en het bestuur over het beeld van de jaar-
rekening en/of de strekking van de controleverklaring.
De huidige regelgeving verschaft de accountant in die
situatie het recht om de AvA te informeren bij tussentijdse
beëindiging. Daarbij maakt het niet uit of de accountant
de opdracht zelf terug geeft of dat de opdracht door de
onderneming is ingetrokken. Daarnaast moeten zowel
de onderneming als de accountant melding doen aan de
AFM.
Het is de vraag of dit instrumentarium toereikend is
om conflicten te voorkomen of ongewenste effecten te
bestrijden. De commissie is van oordeel dat de meldings-
plicht dient te worden verruimd. Daarbij dient ook de AFM
ruimere mogelijkheden te krijgen om slagvaardig te kun-
nen handelen.
Gewenste situatie inzake tussentijdse beëïndiging
Als een onderneming wisselt van accountantsorganisa-
tie dan dient dit ten allen tijde gepaard te gaan met een
publieke melding door de onderneming over deze wisse-
ling en de redenen hiervoor. Deze publieke melding maakt
publiek debat en verificatie mogelijk. Bij beursgenoteerde
ondernemingen kan het bovendien eventueel gaan om
een koersgevoelige gebeurtenis waar onverwijld publiek
melding van moet worden gemaakt.

15
Adviesrapport
De AFM doet onderzoek naar de achtergronden van de
wisseling van accountant, waarbij ook aandacht wordt
geschonken aan de onafhankelijkheid van de accoun-
tant. De AFM dient de mogelijkheid te hebben om in haar
onderzoek zowel de onderneming als de accountant te
betrekken. De doelmatigheid hiervan vereist informatie-
uitwisseling tussen de betrokken afdelingen van de AFM
(Wta en Wtfv) mbt. de betreffende casus. Deze specifieke
situatie dient meegenomen te worden in de discussie over
de voorgestelde wijziging van de bestaande regelgeving
ten aanzien van de beperking van informatie-uitwisseling
tussen de betreffende afdelingen van de AFM (‘Chinese
Walls’).
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in de
Nederlandse corporate governance code en tevens te ver-
werken in de betrokken artikelen van BW 2, Wta en Wtfv.
2.2.11 Interne accountant
Huidige regelgeving
De Code kent de volgende bepalingen met betrekking tot
de interne accountant:
- De interne accountant functioneert onder de
verantwoordelijkheid van het bestuur.
- De interne accountant heeft vaak ook een rapportage-
lijn naar de RvC.
- De accountant en de RvC worden betrokken bij het
opstellen van het werkplan van de interne accountant.
Zij nemen ook kennis van de bevindingen van de
interne accountant.
- De interne accountant heeft toegang tot de accoun-
tant en tot de voorzitter van de RvC.
Huidige praktijk
Een groot deel van de OOB’s heeft geen interne audit afde-
ling. De wijze waarop de interne accountant functioneert
en rapporteert kan per onderneming verschillen.
Gewenste situatie
Op initiatief van het bestuur vindt tijdig overleg plaats
tussen de AC, het bestuur, de extern accountant en de
interne accountant over hun risico analyses en prioriteiten
in audit en controle aanpak.
Als de onderneming een interne accountant heeft dan
dienen de volgende onderwerpen besproken te worden:
- Functieprofiel interne accountant.
- Audit charter interne accountant.
- Benoeming en ontslag interne accountant.
- Budget, bezetting interne audit afdeling.
- (Mate van) interactie tussen de activiteiten van de
accountant en van de interne accountant.
- Risico analyses interne accountant.
- Meerjarenplan interne accountant.
- Jaarplan interne accountant.
- Belangrijkste bevindingen interne accountant.
- Voortgang belangrijkste bevindingen interne
accountant.
- Controleplan en risico analyses accountant.
- Planning accountant.
Het is belangrijk om de interne accountant een positie
te geven in het krachtenveld RvC en accountant. Het is
wenselijk om de benoeming en het ontslag van de interne
accountant goed te laten keuren door de voorzitter van
de AC. Idealiter rapporteert de interne accountant aan de
CEO met een afzonderlijke rapportagelijn naar de AC.
Voorstel maatregelen
Voorgesteld wordt om deze maatregelen op te nemen in
de Nederlandse corporate governance code en tevens te
verwerken in een praktijkhandreiking van de beroepsorga-
nisaties van accountants en van interne accountants.

Antonio Vivaldistraat 2 - 8
1083 HP Amsterdam
Postbus 7984
1008 AD Amsterdam
T: 020 3010301
F: 020 3020302
E: nba@nba.nl
I: www.nba.nl